My Liantis

Personeelsbeleid 01 augustus 2022

Arbeidsdeal: individueel opleidingsrecht en jaarlijks opleidingsplan

Elke werknemer krijgt een individueel recht op opleiding. Het gaat om minstens drie dagen in 2022, vier dagen in 2023 en vijf vanaf 2024. Daarnaast moet elk bedrijf met minstens 20 werknemers elk jaar een opleidingsplan voorleggen aan de ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging. Dat plan moet een lijst bevatten met opleidingen en de nodige aandacht besteden aan risicogroepen. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 september 2022. Een overzicht.

Individueel opleidingsrecht

Over hoeveel opleidingsdagen gaat het?

Het huidige gemiddelde opleidingsrecht van vijf dagen, toegekend door de wet werkbaar wendbaar werk, wordt omgevormd naar een individueel opleidingsrecht van vijf dagen per jaar per voltijdse werknemer tegen 2024. In 2022 geldt er een minimum van drie dagen per jaar per voltijdse werknemer en in 2023 minimaal vier dagen. 

Voor werknemers die deeltijds werken en/of van wie de arbeidsovereenkomst niet het volledige kalenderjaar dekt, wordt het aantal opleidingsdagen bepaald in het Koninklijk besluit. 

Voor welke ondernemingen is dit verplicht?

  • Stel je minder dan 10 werknemers tewerk? Dan hoef je met deze wettelijke verplichting geen rekening te houden. 
  • Heb je minimum 10 en minder dan 20 werknemers in dienst? Dan volstaat een individueel opleidingsrecht van minimum 1 dag per jaar voor een voltijdse werknemer. 
  • Stel je meer dan 20 werknemers te werk? Dan heeft een voltijds tewerkgestelde werknemer recht op minimaal drie opleidingsdagen per jaar in 2022, minimaal vier opleidingsdagen per jaar vanaf 1 januari 2023 en van minimum vijf opleidingsdagen per jaar vanaf 1 januari 2024. 

Tijdelijke uitzondering

Werkgevers die behoren tot de non-profitsector zijn voor het jaar 2022 vrijgesteld van deze verplichting. Concreet gaat het om de volgende paritaire comités: PC 318.01, 318.02, 319, 319.01, 319.02, 327.01, 327.02, 327.03, 329.01, 329.02, 329.03, 330 m.u.v. 330.03, 331, 332.

Praktisch

De sector waartoe je behoort legt het opleidingsrecht concreet vast in een cao. Doen de sociale partners dit niet, dan moet je het opleidingsrecht zelf vastleggen via de opmaak van een individuele opleidingsrekening. Die opleidingsrekening is een formulier en bevat een aantal verplichte vermeldingen:

  • identiteit van de werknemer;
  • arbeidsregime van de werknemer; 
  • bevoegde paritaire comités of paritaire subcomités;
  • opleidingskrediet: voor een voltijdse werknemer niet minder dan drie opleidingsdagen per jaar in 2022, vier opleidingsdagen per jaar in 2023 en minimum vijf opleidingsdagen per jaar vanaf 2024;
  • het aantal gevolgde opleidingsdagen en aantal overblijvende dagen of aantal over te dragen dagen naar het volgende jaar; 
  • het groeipad.

Bewaar dit formulier (op papier of digitaal) in het persoonlijk dossier van de werknemer. 

Belangrijk om te weten

  • Je bent verplicht je werknemers op de hoogte te brengen van hun opleidingskrediet en hoe ze het zelf kunnen raadplegen. Minstens één keer per jaar licht je je werknemers in over het resterend saldo van het opleidingskrediet.
  • Zelfs als je het opleidingsrecht niet hebt vastgelegd in een cao, of je hebt geen individuele opleidingsrekening voorzien, blijft het recht op opleiding voor je werknemers in je onderneming gelden. Voor een voltijds tewerkgestelde werknemer gaat het om minimaal drie opleidingsdagen per jaar in 2022, vier opleidingsdagen per jaar vanaf 1 januari 2023 en van minimum vijf opleidingsdagen per jaar vanaf 1 januari 2024.  
  • Het saldo van niet-opgebruikte opleidingsdagen wordt overgezet naar het volgende jaar en per periode van vijf jaar die ten vroegste begint op 1 januari 2024, moet de werknemer gemiddeld ten minste vijf dagen opleiding per jaar hebben gevolgd. Die verplichting geldt ook voor ondernemingen met minstens tien en minder dan 20 werknemers.
  • De wet voorziet ook dat de werknemer, bij ontslag dat niet aan hem te wijten is, het recht heeft de gecumuleerde opleidingsdagen op te nemen voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Die verplichting geldt ook voor ondernemingen met minstens tien en minder dan 20 werknemers.
  • Opleidingen kunnen gevolgd worden binnen of buiten gewone de werkuren. Wanneer de opleiding buiten de uren valt, geeft dit recht op betaling van het normale loon, niet op overloon.  

Verplichte opmaak van een opleidingsplan

Voor welke ondernemingen is dit verplicht?

Bedrijven die minstens 20 werknemers tewerkstellen, moeten minstens één keer per jaar een opleidingsplan opstellen. Dat plan moet je als werkgever voor advies voorleggen aan de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging of bij gebrek hieraan, aan de werknemers zelf, en dit telkens tegen uiterlijk 31 maart 

Praktisch

  • Hou bij het uittekenen van je opleidingsplan ook rekening met de werknemers die op vandaag weinig opleiding genieten. Denk maar aan 50-plussers, werknemers van buitenlandse oorsprong en die met een handicap. 
  • Voorzie opleidingen die het tekort aan kandidaten voor knelpuntberoepen in jouw sector kunnen opvangen.
  • Voorzie zowel de formele als informele opleidingen voor een periode van minstens één jaar.
  • Paritaire (sub)comités kunnen met een cao de minimale voorwaarden vaststellen die een opleidingsplan moet bevatten voor de werkgevers die onder dat toepassingsgebied vallen.  
Belangrijk

Onze nieuwsberichten rond de arbeidsdeal zijn gebaseerd op het wetsontwerp
nummer 2810 (houdende diverse arbeidsbepalingen) dat momenteel ter bespreking
voorligt in De Kamer. Dit wetsontwerp is nog niet definitief goedgekeurd en inhoudelijke wijzigingen zijn nog mogelijk. Eenmaal de wetteksten definitief zijn, komen we hier uitgebreid op terug.