My Liantis

Personeelsbeleid 12 februari 2019

Nieuw statuut gelegenheidswerknemers in de begrafenissector

Vanaf 1 april 2019 kunnen werkgevers in de begrafenissector officieel een beroep doen op gelegenheidswerknemers. Zo kunnen ze snel helpende handen inschakelen op drukke momenten. Tot op heden bestaat er in de sector al een zogenaamd systeem van ‘oproepcontracten’.

Gelegenheidsmedewerkers

Gelegenheidswerknemers zijn werknemers die occasioneel en in dit geval ter gelegenheid van een overlijden in dienst genomen worden met een contract voor bepaalde duur of voor een bepaald werk. Ze mogen enkel welbepaalde taken uitvoeren:

  • Taken als bode verrichten, transporten verzorgen, opbaringen verzorgen, een rouwkapel plaatsen, het onthaal in het rouwcentrum verzorgen en/of bij de koffietafel helpen;
  • De kist met het stoffelijk overschot of de urne met de as van de overledene dragen en in de (ceremonie)wagen plaatsen, de nabestaanden begeleiden en/of de (ceremonie-)wagen besturen en net houden.

Werkgevers moeten een dagdimona doen met aangifte van begin- en einduur.

Extra modaliteiten

Een sectorale cao van 4 december 2018 legde ook enkele extra modaliteiten vast waaraan werkgevers in de begrafenissector zich moeten houden:

  • Medewerkers mogen maximaal 200 dagen per jaar en 800 uren per jaar als gelegenheidswerknemer werken bij dezelfde werkgever. De RSZ houdt hier echter geen tellers van bij. Er geldt geen limiet voor gepensioneerden.
  • Naast de dagdimona moet de werkgever ook gebruik maken van een elektronisch systeem van tijdsopvolging waarin de werknemer het begin en einduur van elke prestatie registreert en die gegevens automatisch overmaakt aan de RSZ. Het is echter nog niet duidelijk hoe dit systeem er in de praktijk moet uitzien.
  • Ten laatste bij de aanvang van de eerste tewerkstelling moeten werkgever en werknemer een schriftelijke raamovereenkomst sluiten die de sector oplegt.
  • Bij elke tewerkstelling moeten de werkgever en gelegenheidsmedewerker een schriftelijke of een mondelinge arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of een bepaald werk afsluiten.
  • De duur van elke werkperiode moet minstens één uur bedragen en de wekelijkse arbeidsduur mag lager liggen dan één derde van de voltijdse wekelijkse arbeidsduur. Een gelegenheidswerknemer mag minder dan 25 uur op jaarbasis werken.
  • Het minimumuurloon is gelijk aan het uurloon van een arbeider in categorie 2 met 20 jaar ervaring.