My Liantis

Verloning personeel 14 januari 2022

Gunstige regelgeving voor sport- en cultuursector vanaf 2022

De tijdelijke regelgeving voor verenigingswerk liep op 31 december 2021 ten einde. Vanaf 1 januari 2022 wordt die tijdelijke regelgeving vervangen door het stelsel van artikel 17 uit het RSZ-besluit van 28 november 1969. Dit besluit wordt bovendien ook uitgebreid voor de sport- en socioculturele sector.

Hoeveel uren mag je presteren?

Het nieuwe artikel 17, waarin de regelgeving rond verenigingswerk is opgenomen, geldt voor zowel de socioculturele sector als voor de sportsector. Waar de regelgeving vroeger maximaal 25 dagen toeliet, wordt dit plafond vandaag uitgedrukt in uren, afhankelijk van de sector waarin je actief bent. Het maximale plafond van 25 dagen blijft wel gelden voor mensen die voor de VRT, de RTBF of de BRF werken. Het is bovendien mogelijk om activiteiten uit beide sectoren te combineren. In dat geval mag je maximaal 450 uren per jaar presteren voor het geheel van alle activiteiten. Een overzicht:

Wat Sportsector Socioculturele sector
Aantal uur per kalenderjaar 450 uur 300 uur 
Maximaal aantal uur per kwartaal 150 uur 100 uur 
Maximumgrens voor het derde kwartaal 285 uur 190 uur

Welke regels gelden voor studenten?

Ook voor studenten is het mogelijk om activiteiten onder het stelsel van artikel 17 uit te voeren, al gelden er wel enkele afwijkende spelregels. We lijsten ze even op:

  • Voor jobstudenten geldt er een plafond van maximaal 190 uur per jaar, wat betreft verenigingswerk. Een student kan dus het saldo van 475 uur studentenarbeid combineren met het saldo van 190 uur aan verenigingswerk op basis van artikel 17.
  • Indien de student het plafond van 190 uur aan verenigingswerk overschrijdt, dan wordt dit aantal uur afgetrokken van de 475 uur die je als student mag presteren.

Arbeidsovereenkomst

Voor het uitoefenen van activiteiten op grond van artikel 17 is het verplicht om een arbeidsovereenkomst af te sluiten en de arbeidswetgeving te respecteren. Wil je weten welke activiteiten onder artikel 17 vallen? Neem dan zeker een kijkje op de website van de Sociale Zekerheid.

Vergoeding, RSZ en andere aangiftes

Bij het vergoeden van de prestaties die onder artikel 17 vallen, dien je het sectorale minimumloon te respecteren. De inkomsten zijn vrij van RSZ. Houd wel rekening met een inkomstenbelasting van 10% die na afloop van het jaar, op het moment van de fiscale afrekening, wordt verrekend.

Bovendien is ook een DIMONA-aangifte verplicht. Het is echter nog niet mogelijk om die aangifte via de RSZ-tool te voltooien. Eens de tool actief is, zal het wel mogelijk zijn om retroactieve aangiftes te doen vanaf 1 januari 2022. Een DMFA-aangifte is niet nodig.

Cumulatieverbod

Opgelet, gedurende de twaalf maanden voor de start van de activiteiten mag je geen arbeidsovereenkomst, een statutaire aanstelling of een aannemingsovereenkomst hebben gehad bij dezelfde vereniging. Het is bovendien niet de bedoeling dat reguliere arbeidsovereenkomsten worden omgezet, of functies vervangen worden, door een tewerkstelling op grond van artikel 17.

Dit verbod geldt niet voor gepensioneerden of studenten. Het verbod geldt ook niet voor personen die in 2021 met een aannemingsovereenkomst activiteiten verricht hebben als:

  • artistiek of kunsttechnisch begeleider in de amateurkunstensector, de artistieke en de cultuur-educatieve sector
  • verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema's in de kunst- en cultuursector.