My Liantis

Persbericht 25 maart 2021

Inkomenskloof bij zelfstandigen: vrouwen verdienen 29,8% minder dan mannen

Terwijl de loonkloof bij de loontrekkenden steeds kleiner wordt, lijkt er tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandigen wél nog een groot inkomensverschil te bestaan. Dat concludeert hr-dienstengroep Liantis na een analyse van de RSVZ-cijfers. “Vrouwen in hoofdberoep verdienen in ons land per jaar gemiddeld bijna 10.000 minder dan hun mannelijke tegenhangers”, vertelt expert Karel Van den Eynde van Liantis.

Equal pay day

Naar aanleiding van Equal Pay Day op donderdag 25 maart 2021 analyseerde hr-dienstengroep Liantis de RSVZ-cijfers tot eind 2019 rond de verloning van zelfstandige ondernemers in ons land. Het gaat hierbij om de nettobedrijfsinkomsten per jaar: de bruto-inkomsten verminderd met sociale bijdragen en bedrijfskosten. Daaruit blijkt duidelijk dat vrouwelijke zelfstandigen in hoofdberoep veel minder verdienen dan hun mannelijke tegenhangers.

Groot verschil

Vrouwelijke hoofdberoepers verdienden in 2019 maar liefst 29,86% minder dan de mannen”, vertelt expert Karel Van den Eynde van Liantis. “Het gemiddeld jaarinkomen van een vrouwelijke zelfstandige in hoofdberoep bedroeg in 2019 23.056,4 euro, voor een man was dat 32.873,89 euro. Daar zit dus een verschil van 9.817,49 euro op jaarbasis.”

“De grootste verklaring is dat ze zich naast hun hoofdactiviteit vaak nog focussen op de zorg voor het gezin. Het klinkt cliché, maar in de praktijk horen we dat toch vaak. We zien dat ook duidelijk uit de cijfers en de link met de leeftijd: onder de 35 - 40 jaar is er weinig inkomensverschil tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandigen. Maar vanaf die leeftijd beginnen zich plots wél grote verschillen af te tekenen. Ten slotte kan het inkomensverschil nog verklaard worden door het verschil in werkuren. We zien dat mannelijke zelfstandigen in ons land volgens gegevens van Eurostat in 2019 gemiddeld 52,2 uur per week werken. Bij de vrouwelijke zelfstandigen is dat 44,9 uur per week: 7,3 uur minder. Die situatie is vergelijkbaar met het verschil bij loontrekkenden. Ook daar zie je dat veel meer vrouwen deeltijds werken ten opzichte van de mannen om de zorg voor het gezin op te nemen.”

Inkomstenschijven

Uit de cijfers blijkt ook dat er meer vrouwen in de lagere loonschalen zitten. Zo is 40,74% van diegenen die op jaarbasis tot 10.000 euro verdienen een vrouw, terwijl dat bij de grootverdieners tussen 60.000 en 70.000 euro daalt naar 26,14%. Bij de échte uitschieters die op jaarbasis meer dan 1 miljoen euro verdienen, is slechts één op de tien (10,75%) een vrouw.

Vrije beroepen

Vaak kiezen vrouwen ook voor zachtere sectoren waar er een directere link is tussen de dienstverlening en de betaling. Denk maar aan schoonheidsverzorging, de kapperssector en paramedische beroepen zoals thuisverpleging.  

Een bijzondere sector vormen de vrije beroepen. Daar was eind 2019 bijna de helft van de beroepsbeoefenaars een vrouw (45,25 % tegenover 54,75 % mannen, volgens eerdere cijfers van de Federatie voor de Vrije Beroepen). “Omdat er in deze sector bijna een numerieke gelijkheid is, zou je verwachten dat de inkomenskloof hier minder groot is. Maar ook hier blijft die groot. De inkomsten van vrouwen zijn er tussen 2015 en 2019 misschien sterker op vooruit gegaan dan bij de mannen (3,78% tegenover 1,76%), toch ligt het gemiddeld inkomen van vrouwelijke vrije beroepers nog bijna 28% lager dan dat van de mannen (nettobedrijfsinkomen van gemiddeld 24.928,32 euro voor de vrouwen tegenover 34.578,04 euro voor de mannen). Het gaat hier om een gemiddelde inkomen van zowel hoofdberoepers als bijberoepers”, aldus Karel Van den Eynde.

Kloof wordt kleiner

Bij de zelfstandigen in bijberoep is het verschil in inkomen wel kleiner. Zo verdienden vrouwelijke bijberoepers in 2019 9,52 % minder dan de mannelijke bijberoepers. “Het verschil is hier natuurlijk minder groot omdat het sowieso al om beperktere inkomens gaat,” aldus Van den Eynde.

Er is ook een positieve evolutie bij de zelfstandigen in hoofdberoep. “Het gemiddeld jaarinkomen van vrouwelijke ondernemers in hoofdberoep is sinds 2015 met 12,97% gestegen. Bij de mannen is die stijging ‘slechts’ 4,2%. Dus we zijn de kloof wel stilaan aan het dichten.”