Inzetbaarheidsbevorderende maatregelen binnenkort uitvoerbaar

In het kader van de arbeidsdeal zijn heel wat nieuwe maatregelen in het leven geroepen. Daar zitten ook nieuwe regels bij voor wanneer een medewerker ontslagen wordt, zoals de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen. Deze maatregelen, die als doel hebben om ontslagen werknemers makkelijker weer aan de slag te krijgen, zijn binnenkort uitvoerbaar. We zetten op een rij wat de maatregelen inhouden en wat dit voor jou als werkgever betekent.  

3 minuten leestijd Personeelsbeleid 31 mei 2024

Medewerkers makkelijker weer aan de slag

Een van de doelen van de arbeidsdeal is om het ontslagrecht verder te activeren. Ontslagen medewerkers met een lange opzegtermijn (minimum 30 weken) hebben daarom nu recht op extra opleiding. Met deze inzetbaarheidsbevorderende maatregelen wil de overheid werknemers die ontslagen worden makkelijker weer aan de slag krijgen.    

Een deel van de opzegtermijn wordt omgezet in een reeks maatregelen om de ontslagen werknemer opleidingen te laten volgen en zo de kans op een nieuwe job te verhogen.   

Hervorming bestaande regeling

De nieuwe regeling trad al in werking op 1 januari 2023. In de praktijk bleek hij echter moeilijk uitvoerbaar. Daarom voert de ‘Wet diverse arbeidsbepalingen’ nu een hervorming van de bestaande regeling door.   

Volgens de oorspronkelijk regelgeving kon een ontslagen medewerker inzetbaarheidsbevorderende maatregelen volgen ter waarde van het bedrag van de werkgeversbijdragen op 1/3de van de gegeven opzegtermijn.   

De nieuwe wet voorziet nu in een uniform bedrag voor iedereen. Het gaat om een eenmalig forfaitair budget van 1800 euro. 

Deze wijziging zorgt dat er een rechtsgrond ontstaat voor twee koninklijke besluiten:   

  • Het KB dat de geldstromen door de RSZ aan de RVA met het oog op de financiering van de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen regelt. 
  • Het KB dat de procedure voor de terugbetaling door de RVA van de maatregelen regelt.  

Voor de rest blijven de reeds geldende toepassingsvoorwaarden van toepassing.  

Hoe zit het concreet in elkaar?

  • De RSZ stort per werknemer met een opzeggingstermijn/opzeggingsvergoeding van minstens 30 weken 1.800 euro naar de RVA.  
  • De RSZ stort per in aanmerking komende werknemer het overschot – zijnde het verschil tussen de werkgeversbijdragen verschuldigd op het stuk van de opzeggingstermijn/-vergoeding dat 2/3 van die opzeggingstermijn/-vergoeding overschrijdt, zonder dat die 2/3 lager kan zijn dan 26 weken, en die 1.800 euro – naar RSZ Globaal Beheer. 

De werknemer heeft vanaf het begin van de opzegtermijn het recht om afwezig te zijn van het werk met het behoud van loon om inzetbaarheidsbevorderende maatregelen te volgen.  

Er is een klein verschil wanneer de werknemer wordt ontslagen door middel van het betalen van een verbrekingsvergoeding. De werknemer is in dat geval verplicht om beschikbaar te blijven om de maatregelen te volgen. Deze verplichting vervalt wanneer de werknemer een nieuwe beroepsactiviteit heeft.  

Opgelet: de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen zijn niet van toepassing wanneer er voor de werknemer een transitietraject wordt opgestart.  

Inwerkingtreding

De exacte datum van de inwerkingtreding van deze hervorming is nog niet bepaald. Wat zeker is, is dat dit uiterlijk op 1 april 2025 zal zijn. Dan is de regel van toepassing op alle ontslagen vanaf die datum.

Intussen is er meer nieuws over de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen. Deze zijn binnenkort uitvoerbaar. De maatregelen werden concreet gemaakt en de twee vereiste KB’s over de terugbetaling door de RVA en de doorstorting van de RSZ aan de RVA werden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Je leest er alles over in een van onze recente nieuwsartikels.