My Liantis

Personeelsbeleid 10 december 2020

Langere opzegtermijn voor medewerkers die voor 2014 in dienst kwamen

Sinds 1 januari 2014 is het eenheidsstatuut van kracht. Dat zorgt voor uniforme opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden. Voor wie in dienst kwam vóór 2014, wordt de totale opzegtermijn sindsdien berekend volgens het kliksysteem in twee delen. Voor het tweede deel van die totale opzegtermijn geldt vanaf januari 2021 een nieuwe termijn van 24 weken.

Opzegtermijn in 2 delen

Ontsla je een medewerker die vóór 2014 in dienst kwam, dan moet je als werkgever z’n opzegtermijn berekenen in twee delen:

  1. Voor het eerste deel kijk je naar de anciënniteit van je medewerker op 31 december 2013. Voor de jaren die hij op die datum presteerde, blijven de oude opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden van toepassing.
  2. Voor het tweede deel bereken je de anciënniteit volgens de nieuwe opzegtermijnen die in 2014 werden ingevoerd.

Beide delen tel je op om tot de totale opzegtermijn te komen. De berekening van de anciënniteit gebeurt bij aanvang van de opzegtermijn. Lees er meer over op onze webpagina over de wettelijke opzegtermijnen.

Nieuwe termijn voor deel 2

Geef je in 2020 iemand zijn ontslag, dan geldt in het tweede deel van het kliksysteem een anciënniteit van zes jaar. Dat komt overeen met 21 weken opzegtermijn. Vanaf 1 januari 2021 zal de anciënniteit zeven jaar bedragen. Vanaf zeven jaar anciënniteit is een nieuwe schijf van de wettelijke opzegtermijnen van toepassing, namelijk 24 weken. De opzegtermijn van je medewerker stijgt dus met drie weken in 2021.