My Liantis

Persbericht 23 maart 2022

“Vrouwelijke zelfstandigen verdienen 30% minder”

Ondanks het stijgend aantal vrouwelijke zelfstandigen, blijft er in het ondernemerslandschap een grote inkomenskloof bestaan tussen mannen en vrouwen. Dat concludeert hr-dienstengroep Liantis na een analyse van de RSVZ-cijfers. “Vrouwen in hoofdberoep verdienen in ons land per jaar gemiddeld bijna 29,5% minder dan hun mannelijke tegenhangers”, vertelt expert Karel Van den Eynde van Liantis. Dat komt neer op een verschil van 9.695 euro per jaar.  

Equal Pay Day

Naar aanleiding van Equal Pay Day op donderdag 24 maart 2022 analyseerde hr-dienstengroep Liantis de RSVZ-cijfers tot eind 2020 rond de verloning van zelfstandige ondernemers in ons land. Het gaat hierbij om de nettobedrijfsinkomsten per jaar: de bruto-inkomsten verminderd met sociale bijdragen en bedrijfskosten. Daaruit blijkt duidelijk dat vrouwelijke zelfstandigen in hoofdberoep veel minder verdienen dan hun mannelijke tegenhangers. 

Inkomenskloof blijft bestaan 

Vrouwelijke hoofdberoepers verdienden in 2020 maar liefst 29,57% minder dan de mannen. In vergelijking met 2019 (29,8%) is de kloof dus amper verkleind”, vertelt expert Karel Van den Eynde van Liantis. “Het gemiddeld jaarinkomen van een vrouwelijke zelfstandige in hoofdberoep bedroeg in 2020 23.093,79 euro, voor een man was dat 32.789,38 euro. Daar zit dus een verschil van 9.695,59 euro op jaarbasis. Wat we wel zien is dat dit verschil kleiner werd ten opzichte van 2019. Toen bedroeg het verschil nog 9.817,49 euro.” 

“De grootste verklaring is dat vrouwelijke ondernemers zich naast hun hoofdactiviteit vaak nog focussen op de zorg voor het gezin. Het klinkt cliché, maar in de praktijk horen we dat toch vaak. We zien dat ook duidelijk uit de cijfers en de link met de leeftijd: onder de 35 - 40 jaar is er weinig inkomensverschil tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandigen. Maar vanaf die leeftijd beginnen zich plots wél grote verschillen af te tekenen. Maar volgens Karel Van den Eynde speelt ook de sector mee: “We zien dat vrouwen vaak aan de slag zijn in de dienstensector waarbij er een op een met de klant gewerkt wordt. Dat beperkt hoeveel je kan presteren. Zo kan een kinesiste maar een aantal klanten per dag bedienen. In managementfuncties, die nog steeds vaker door mannen bekleed worden, is dat niet het geval. Hun inkomen is niet zo afhankelijk van het aantal klanten en gepresteerde uren.”  

Op langere termijn is er een positieve evolutie bij de zelfstandigen in hoofdberoep te zien. “Het gemiddeld jaarinkomen van vrouwelijke ondernemers in hoofdberoep is sinds 2016 met 7,5% gestegen. Bij de mannen is die stijging ‘slechts’ 2,47%. Dus we zijn de kloof wel stilaan aan het dichten,” licht Van den Eynde toe. 

Inkomstenschijven 

Uit de cijfers blijkt ook dat er meer vrouwen in de lagere loonschalen zitten. Zo is 41,1% van diegenen die op jaarbasis tot 10.000 euro verdienen een vrouw. In de hogere inkomenscategorie van 60.000 tot 70.000 euro bedraagt het aandeel vrouwen nog maar 26,55%.  Bij de grootverdieners, die meer dan 1 miljoen euro verdienen, is slechts één op de tien (9,24 %) een vrouw. “Dat is niet onlogisch omdat die grootverdieners ook vaak de topmanagementfuncties uitvoeren. Hier speelt het glazen plafond waarschijnlijk nog een rol.” Opvallend is dat er voor het eerst in 5 jaar geen enkele vrouw in de hoogste inkomstenschijf (die van 2.250.000 euro en meer) te vinden is. 

 Regionale verschillen 

De loonkloof verhoudt zich ook anders per regio. In Vlaanderen verdienen zelfstandigen het meest, maar is de loonkloof ook het grootst. Zo verdienen zelfstandige vrouwen in Vlaanderen gemiddeld zo’n 11.250 euro minder op jaarbasis (32,97%) dan hun mannelijke tegenhangers. In het Waalse Gewest verdienen vrouwelijke ondernemers gemiddeld bijna 23.000 euro op jaarbasis, wat overeenkomt met de inkomsten van Vlaamse zelfstandige vrouwen. Wel opvallend: de loonkloof is er kleiner dan in Vlaanderen omdat mannen er op jaarbasis minder verdienen.  

Het meest opvallend: vrouwelijke hoofdberoepers verdienen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het meest met gemiddeld 26.206,17 euro per jaar. Omdat de mannen er dan weer het minst verdienen ten opzichte van de andere gewesten, is de loonkloof er met 9,67% opvallend klein.  

Kloof kleiner in bijberoep 

Bij de zelfstandigen in bijberoep is het verschil in inkomen wel kleiner. Zo verdienden vrouwelijke bijberoepers in 2020 10,42% minder dan de mannelijke bijberoepers. “Het verschil is hier natuurlijk minder groot omdat het sowieso al om beperktere inkomens gaat,” aldus Van den Eynde.