My Liantis

Verloning personeel 06 december 2021

Nieuw sectoraal akkoord voor het aanvullend paritair comité voor de werklieden

Er is een nieuw sectoraal akkoord voor het aanvullend paritair comité voor de werklieden (PC 100) voor de periode 2021-2022. In deze cao werd onder meer bepaald dat je jouw arbeiders een consumptiecheque moet schenken wanneer je bedrijf in 2019 én 2020 winst maakte en de omzet is gestegen. We zetten alle nieuwigheden uit het akkoord voor jou op een rij.

Als werkgever moet je jouw arbeiders volgens het nieuwe sectorale akkoord een coronapremie toekennen in de vorm van consumptiecheques ter waarde van 125 of 250 euro als jouw bedrijf voldoet aan de volgende twee cumulatieve voorwaarden:

  • Je behaalde een positieve bedrijfswinst (code 9901) in 2019 én in 2020.
  • De omzet (code 70), of de brutomarge (code 9900) indien de omzet niet beschikbaar is, steeg in 2020 met minstens 5% ten opzichte van 2019. De stijging van de omzet of de brutomarge moet op autonome wijze behaald zijn en dus niet ‘kunstmatig’ (door middel van een fusie of overname).

 

Je kan bij je accountant terecht om deze cijfers na te gaan.

Hoeveel bedraagt de coronapremie?

  • Steeg de omzet (code 70) of de brutomarge (code 9900), indien de omzet niet beschikbaar is, met minstens 5%? Dan bedraagt de coronapremie 125 euro.
  • Steeg de omzet (code 70) of de brutomarge (code 9900), indien de omzet niet beschikbaar is, met ten minste 10% is gestegen? Dan bedraagt de coronapremie 250 euro.

Deze premie moet je schenken aan elke arbeider die in dienst was op 30 november 2021 en naar rato van de prestaties tijdens de periode 1 december 2020 en 30 november 2021 (zowel effectieve als gelijkgestelde prestaties). Voor deeltijdse arbeiders wordt de premie pro rata toegekend op basis van hun arbeidsregime op 30 november 2021.

De coronapremie wordt uitgereikt uiterlijk op 31 december 2021 in de vorm van consumptiecheques.

Heb je in jouw onderneming al een coronapremie toegekend? Dan wordt deze in mindering gebracht van de hoger vermelde bedragen.

Uiterlijk op 31 december 2021 moet je aan de syndicale delegatie informatie verstrekken rond de coronapremie. Heb je geen syndicale delegatie, dan bezorg je deze informatie aan de arbeiders zelf.

 

Andere belangrijke maatregelen

Natuurlijk staan er in het akkoord nog heel wat andere, belangrijke maatregelen:

  • De minimumlonen/werkelijk betaalde lonen stijgen met 0,4% vanaf 1 december 2021. We passen de lonen automatisch voor jou aan zodra we de effectieve bedragen van de nieuwe loonbarema’s kennen.

Deze verhoging van de werkelijk betaalde lonen is niet van toepassing voor de werknemers die in de periode 2021-2022 volgens bedrijfseigen modaliteiten al een effectieve verhoging van het loon en/of andere voordelen toegekend krijgen die evenwaardig zijn.  

De aanrekening van de voordelen gebeurt op basis van de totale kost van het voordeel op de loonkost van de loonverhoging (= bruto + patronale RSZ). De bonussen in het kader van cao nr. 90, coronapremies en de verhogingen van het loon in toepassing van een collectief vastgestelde loonschaal op ondernemingsvlak, mogen niet worden aangerekend.

 

Laat ons tegen 8 december 2021 weten of je al een gelijkwaardig voordeel toekent. Zonder tegenbericht passen wij de loonverhoging van 0,4% voor je arbeiders toe.  

  • Voor de arbeiders van de ondernemingen waarin geen regeling van loonindexering bestaat en van wie het uurloon hoger is dan het minimumuurloon van de sector geldt, naast de verhoging van 0,4% zoals hierboven beschreven, het volgende:   
    • een verhoging van het uurloon met 2,85% op 1 januari 2022 

Op deze verhogingen mogen de effectieve verhogingen van het loon en/of andere voordelen die in 2021 op ondernemingsvlak werden of worden toegekend, aangerekend worden aan dezelfde kost (bruto + patronale RSZ-bijdrage). De bonussen in het kader van cao nr. 90, coronapremies alsook de verhogingen van het loon in toepassing van een collectief vastgestelde loonschaal op ondernemingsvlak, mogen niet worden aangerekend.

  • Voor de jaarlijkse premie van december wordt vanaf 2022 de periode van tewerkstelling als uitzendkracht voortaan ook meegeteld om de vereiste anciënniteit van 6 maanden te berekenen die recht geeft op de jaarlijkse premie. Dit kan enkel op voorwaarde dat de aanwerving volgt op de periode van uitzendarbeid én dat de uitgeoefende functie gelijkaardig is.
  • Vanaf 1 juli 2022 heeft een werknemer die op tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen wordt geplaats recht op een dagvergoeding van 5 euro. Dit voor maximum 20 werkloosheidsdagen (in een 5-dagenweek) per kalenderjaar. Deze vergoeding is ten laste van de werkgever en is een aanvulling op de uitkering tijdelijke werkloosheid.
  • Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag of SWT (het vroegere brugpensioen) blijft mogelijk vanaf 62 jaar met een loopbaan van 40 jaar voor mannen en van 37 jaar in 2021 voor vrouwen.  
     
    Het SWT is mogelijk voor werknemers vanaf 60 jaar met:  
    • een lange loopbaan van 40 jaar;
    • een zwaar beroep én een loopbaan van 35 jaar mits ondernemings-cao;
    • een zwaar beroep of nachtarbeid én een loopbaan van 33 jaar, van zodra de cao beschikbaar is.

Het SWT voor werknemers met ernstige lichamelijke problemen of met het statuut van werknemer met een handicap is mogelijk vanaf 58 jaar.

  • Werknemers met een loopbaan van 35 jaar, een zwaar beroep of die 20 jaar nachtarbeid verrichtten, kunnen in een landingsbaan met uitkering stappen als ze jonger zijn dan 60 jaar. Zowel voor wie zijn loopbaan vermindert met een vijfde, als wie deze vermindert tot een halftijdse betrekking, is dat mogelijk vanaf 55 jaar.
  • De bestaande systemen van tijdskrediet met motief worden verlengd tot 31 december 2023.
  • Het akkoord specifieert het aantal opleidingsdagen die je als werkgever moet voorzien. Dit aantal is afhankelijk van het totaal aantal werknemers:
    • In ondernemingen met minder dan 50 werknemers:
      • met 1 tot 4 arbeiders: mogelijkheid om beroep te doen op een open aanbod van het Fonds vorming
      • met 5 tot 9 arbeiders: een gemiddelde van 2 opleidingsdagen per voltijdse equivalent voor de periode 2021-2022
      • met 10 tot 19 arbeiders: een gemiddelde van 2,5 opleidingsdagen per voltijdse equivalent voor de periode 2021-2022
      • met 20 en meer arbeiders: een gemiddelde van 5 opleidingsdagen per voltijdse equivalent voor de periode 2021-202
      • In ondernemingen met 50 of meer werknemers: een gemiddelde van vijf opleidingsdagen per voltijdse equivalent voor de periode 2021-2022.
  • De bestaande afspraken rond de overuren worden verlengd tot 31 december 2023. Dit betekent dat ook na 31 december 2021 de werknemer voor 143 overuren per jaar kan afzien van inhaalrust.
  • Vanaf 1 juli 2022 stijgt de fietsvergoeding van 0,10 euro naar 0,20 euro per effectief afgelegde kilometer, met een maximum van acht euro per dag.
  • Vanaf 1 juli 2022 kan in een onderneming vanaf 50 werknemers waarvan 40 of meer arbeiders in dienst zijn, een syndicale afvaardiging worden ingesteld als minstens 25% van de arbeiders is aangesloten bij een van de representatieve werknemersorganisaties, met een minimum van 17 gesyndiceerde arbeiders.
  • Binnen het vormingsfonds OpFo100 wordt een pilootproject ‘proefwerven werkbaar werk’ gelanceerd. Geselecteerde bedrijven krijgen hierbij een werkbaar-werk-budget om acties rond werkbaar werk uit te rollen op de werkvloer naargelang de specifieke noden van het bedrijf. De bedoeling is om in een later stadium de goede praktijken van dit proefproject open te stellen voor alle bedrijven uit de sector door opleidingen rond werkbaar werk te laten subsidiëren via het sectorfonds.
  • Het vormingsfonds OpFo100 werkt in 2022 een actieplan uit om de bedrijven en hun arbeiders in de sector te sensibiliseren om discriminatie en geweld, in het bijzonder tegenover mensen uit de LGBTQIA+ gemeenschap, op de werkvloer tegen te gaan.