My Liantis

Ondernemen 06 januari 2021

Nieuwe regelgeving verenigingswerkers 2021

De wet van juli 2018 maakte het voor verenigingswerkers mogelijk om onbelast bij te verdienen. Al snel kwam hier vanuit een aantal belangenorganisaties commentaar op. Het zou oneerlijke concurrentie zijn voor personen die dezelfde activiteiten uitvoeren onder de vorm van een arbeidsovereenkomst of als zelfstandige. Zij zijn wel onderworpen aan sociale en fiscale bijdragen.

In een arrest van 23 april 2020 vernietigde Het Grondwettelijk Hof heeft de regelgeving rond het onbelast bijverdienen. De regelgeving liep wel nog door tot eind 2020. Sinds 1 januari 2021 zijn er dus nieuwe regels van kracht.

Nieuwe voorwaarden

Ten eerste moet je als verenigingswerker nog altijd een hoofdactiviteit uitoefenen als werknemer, zelfstandige of ambtenaar. Je komt in aanmerking als je:

  • ouder bent dan 18 jaar;
  • In de 12 tot 9 maanden (T-3) voorafgaand aan de start van het verenigingswerk minstens één dag prestaties hebt geleverd als werknemer of ambtenaar.
  • In T-3 zelfstandige in hoofdberoep zijn en sociale bijdragen betalen
  • in T-2 gepensioneerd zijn

Verder kan je voortaan alleen nog als verenigingswerker aan de slag binnen de sportsector. Later zal er wellicht nog een nieuwe regelgeving worden uitgewerkt voor andere sectoren.

Deze activiteiten staan op de activiteitenlijst vermeld:

  1. animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten geeft;
  2. sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;
  3. conciërge van sportinfrastructuur;
  4. hulp en ondersteuning bieden op occasionele of kleinschalige basis op het vlak van het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of het opnemen van een logistieke verantwoordelijkheid bij activiteiten in de sportsector;
  5. hulp bieden op occasionele of kleinschalige basis bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties (zoals websites) in de sportsector;
  6. geven van opleidingen, lezingen, en presentaties in de sportsector.

Andere wijzigingen

1. Aanvang overeenkomst

Voor de start van de overeenkomst moet je via een online platform, beheerd door de RSZ, een aanvraag inzake verenigingswerk indienen.

De partijen sluiten ook een schriftelijke ‘Overeenkomst inzake verenigingswerk'. De overeenkomst mag maximaal één jaar duren. Op jaarbasis mag je ook niet meer dan drie overeenkomsten sluiten met dezelfde vereniging, ongeacht of ze opeenvolgend zijn of niet. Er wordt geen minimale duurtijd voorzien.

2. Arbeidsduur

Voortaan moet er ook na elke zes uur prestaties een rustpauze van minimum 15 min. worden ingelast. Daarom moet er bij de overeenkomst ook een uurrooster worden toegevoegd. Een andere nieuwigheid is de begrenzing van de arbeidsduur. Zo mag je als verenigingswerker op kwartaalbasis niet meer dan 50 uur per maand werken.

3. Beëindiging overeenkomst

Wordt de overeenkomst beëindigd? Dan geldt er nu ook verplicht een opzeg:

  • zeven kalenderdagen wanneer de overeenkomst minder dan zes maanden loopt.
  • veertien kalenderdagen wanneer de overeenkomst langer dan zes maanden loopt.

Bij verbreking moet er een vergoeding worden betaald.

4. Vergoeding

Er moet voortaan een minimale vergoeding per uur toegekend worden van 5,10 euro (reeds geïndexeerd) Op jaarbasis mag je niet meer dan 6.390 euro (geïndexeerd 2021) verdienen.

Je inkomsten uit het verenigingswerk worden voor 20% belast. Die 20% wordt berekend op de helft van de vergoeding. De overige 50% zijn aftrekbaar als netto forfaitaire kosten. Concreet betekent dit dat je maar voor 10% wordt belast.

De belasting moet worden betaald op het moment van de fiscale afrekening, aan het eind van het jaar. Verenigingen moeten op dit moment nog niets doen. Meer informatie volgt zodra die beschikbaar is.

De vereniging betaalt ook nog 10% solidariteitsbijdrage. De solidariteitsbijdrage die de vereniging verschuldigd is, zal na afloop van elk kwartaal berekend en gefactureerd worden door de RSZ.

5. Cumulatieverbod

Er geldt nog altijd een sperperiode. Twaalf maanden voor het verenigingswerk mag je dus geen arbeidsovereenkomst gehad hebben bij dezelfde vereniging. Dit verbod geldt niet voor gepensioneerden.

Voorts is het niet de bedoeling dat reguliere arbeidsovereenkomsten worden omgezet, of functies vervangen worden, door een verenigingsovereenkomst.

6. Sancties

Voldoe je niet aan de voorwaarden rond het verenigingswerk of heb je meer inkomsten dan het jaarlijks vooropgestelde maximum, dan zullen de volledige inkomsten als beroepsinkomsten beschouwd worden.

7. Duur

De regelgeving geldt vanaf 1 januari 2021 tot 31 december 2021.