My Liantis

Sociaal statuut 29 januari 2021

De fiscale impact van het overbruggingsrecht

Het overbruggingsrecht is er om zelfstandigen door een moeilijke periode heen te loodsen. Let wel op, want uitkeringen die je als zelfstandige in dat kader ontvangt, worden ook belast. Ze maken echter nooit deel uit van de berekeningsbasis van je sociale bijdragen. Deed jij de voorbije maanden een beroep op het crisis- of heropstart-overbruggingsrecht? We bekijken voor jou wat de fiscale impact daarvan is.

Het ‘klassieke’ overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Als zelfstandige kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht als je noodgedwongen de deuren moet sluiten. Bijvoorbeeld als gevolg van een natuurramp (overstroming, aardbeving …), bij een brand of vernieling van je bedrijfsgebouwen, bij een allergie die is veroorzaakt door de uitoefening van je beroep, in het geval van economische moeilijkheden of als je failliet wordt verklaard.

Je kan dan rekenen op een maandelijkse uitkering in het kader van het overbruggingsrecht voor zelfstandigen.

Wat betekent het voor je belastingen?

De bedragen ontvangen in het kader van het klassieke overbruggingsrecht worden opgenomen op de fiscale fiche 281.18 (code 271) en moeten worden aangemerkt als ‘vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winsten, baten of bezoldigingen van bedrijfsleiders’. Deze uitkeringen worden in deel 1 van de aangifte personenbelasting als ‘vervangingsinkomsten’ aangegeven en gezamenlijk belast tegen de normale progressieve tarieven (circulaire Ci.RH.241/529.128 van 1 februari 2001).

Het ‘crisis’-overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Naar aanleiding van de coronacrisis werden de voorwaarden voor het overbruggingsrecht voor zelfstandigen versoepeld en werd het toepassingsgebied verruimd. Zelfstandigen die hun activiteit verplicht (gedeeltelijk of volledig) moeten onderbreken of die hun activiteit in 2020 gedurende minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen volledig onderbroken hebben als gevolg van de coronacrisis, hebben recht op een crisis-overbruggingsuitkering.    

Wat betekent het voor je belastingen?

Het belastingregime van het crisis-overbruggingsrecht voor zelfstandigen wijkt in bepaalde gevallen af van het klassieke overbruggingsrecht voor zelfstandigen (circulaire 2020/C/94 van 8 juli 2020). Het is bovendien afhankelijk van de inkomstencategorie waartoe de inkomsten uit de onderbroken activiteit behoren.

  • Zelfstandigen met winsten (vak XVII - aangifte PB) of baten (vak XVIII – aangifte PB):

In principe worden de uitkeringen die een zelfstandige met winsten of baten in het kader van het crisis-overbruggingsrecht ontvangt, gekwalificeerd als ‘vergoedingen ter compensatie of naar aanleiding van een handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben’. De vergoedingen uitkeringen worden gezamenlijk belast als winsten of baten.

Als de vergoedingen worden uitgekeerd naar aanleiding van een door de coronacrisis gedwongen onderbreking van de zelfstandige activiteit, dan geldt een afwijkend fiscaal gunstregime. Dat geldt zowel voor zelfstandigen die hun activiteit verplicht (gedeeltelijk of volledig) moeten onderbreken als voor zelfstandigen die hun activiteit gedurende minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen volledig onderbreken onderbroken hebben als gevolg van de coronacrisis.

De uitkeringen worden in dat geval aangegeven in de rubriek ‘winsten’ of ‘baten’ (deel 2 van de aangifte) en zijn afzonderlijk belastbaar tegen 16,5%, op voorwaarde dat ze - samen met eventuele andere verkregen vergoedingen ter compensatie van een vermindering van de beroepswerkzaamheid - niet meer bedragen dan de belastbare nettowinst of -baten van de vier vorige jaren (de zogenaamde 4x4-regel). Is de zelfstandige nog geen vier jaar actief, dan wordt rekening gehouden met de werkelijke toestand (dus de nettowinst van één, twee of drie vorige jaren). Bedragen de uitkeringen meer dan de belastbare nettowinst of -baten van de vorige vier jaar, dan zijn ze gezamenlijk belastbaar tegen de normale progressieve tarieven.

Een voorbeeld:

  • Nettowinst 2016: 11.500 euro
  • Nettowinst 2017: 8.800 euro
  • Nettowinst 2018: 2.500 euro (verlies)
  • Nettowinst 2019: 13.000 euro

De nettowinst van de afgelopen vier jaar bedraagt 30.800 euro. Is het totale bedrag van de crisis-overbruggingsuitkeringen in 2020 (en de eventuele andere verkregen vergoedingen ter compensatie van een vermindering van de beroepswerkzaamheid) niet hoger dan 30.800 euro, dan worden de uitkeringen belast aan 16,5%.

Volgens de instructies van de FOD Financiën moet het sociaal verzekeringsfonds de uitkeringen uitbetaald aan zelfstandigen die ‘winsten’ of ‘baten’ aangeven, vermelden op een fiche 281.50 (in plaats van op de gebruikelijke fiche 281.18). Omdat het sociaal verzekeringsfonds niet kan weten welke zelfstandigen het inkomen van 2020 als ‘winsten’ of ‘baten’ zullen aangeven, zal er gekeken worden naar de fiscale situatie van inkomensjaar 2019. Gaf de zelfstandige voor 2019 ‘winsten’ of ‘baten’ aan? Dan worden de uitkeringen crisis-overbruggingsrecht die in 2020 werden uitbetaald naar aanleiding van een onderbreking van de activiteit vermeld op een fiche 281.50.

  • Zelfstandige bedrijfsleiders (vak XVII – aangifte PB):

Crisis-overbruggingsuitkeringen voor zelfstandige bedrijfsleiders moeten bij de belastingaangifte worden aangemerkt als ‘vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen van bedrijfsleiders’. Deze vergoedingen worden in deel 1 van de fiscale aangifte aangegeven en als ‘vervangingsinkomsten’ gezamenlijk belast tegen de normale progressieve tarieven.

  • Zelfstandige helpers (vak IV – aangifte PB):

De beroepsinkomsten van een zelfstandige helper worden fiscaal niet als winsten of baten gekwalificeerd, maar als bezoldigingen van een werknemer. Uitkeringen die zelfstandige helpers in het kader van het crisis-overbruggingsrecht ontvangen, moeten worden aangemerkt als ‘vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen van werknemers’ en worden als ‘vervangingsinkomsten’ gezamenlijk belast tegen de normale progressieve tarieven.

  • Meewerkende echtgenoten (vak XX – aangifte PB):

Crisis-overbruggingsuitkeringen worden voor meewerkende echtgenoten niet belast en moeten niet aangegeven worden bij de fiscale aangifte.

Het ‘heropstart’-overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Voor zelfstandigen die hun activiteit heropstarten na een periode van verplichte sluiting, is er ook het heropstart-overbruggingsrecht. Dat is een relance-uitkering ter ondersteuning van hun heropstart in de periode juni tot december 2020.

Wat betekent het voor je belastingen en je sociale bijdragen?

Ook voor de relance-uitkering is het fiscaal regime afhankelijk van de aard van de activiteit die je uitoefent (circulaire 2020/C/14 van 4 september 2020).

Voor zelfstandigen met winsten of baten, zelfstandige bedrijfsleiders en zelfstandige helpers worden de heropstart-overbruggingsuitkeringen gezamenlijk belast als vervangingsinkomsten (dus als vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winsten, baten of bezoldigingen) tegen de normale progressieve tarieven. In tegenstelling tot bij het crisis-overbruggingsrecht, wordt voor zelfstandigen met winsten of baten dus geen afwijkend gunstiger fiscaal regime voorzien.

De relance-uitkeringen worden voor meewerkende echtgenoten niet belast.

Samengevat

De uitkeringen in het kader van het overbruggingsrecht worden in de regel als ‘vervangingsinkomen’ belast tegen de normale progressieve tarieven. Voor zelfstandigen die ‘winsten’ of ‘baten’ aangeven, werd voor aanslagjaar 2021 (inkomsten 2020) een afzonderlijke belasting aan 16,5% voorzien. 

Dat specifieke fiscale regime geldt niet voor uitkeringen in het kader van het klassiek overbruggingsrecht, noch voor uitkeringen in het kader van het relance-overbruggingsrecht. Voor meewerkende echtgenoten - die ‘bezoldigingen van meewerkende echtgenoten’ aangeven in de personenbelasting - zijn de uitkeringen in het kader van het overbruggingsrecht niet belastbaar.

De uitkeringen in het kader van het overbruggingsrecht maken nooit (in geen enkel geval) deel uit van de berekeningsbasis van de sociale bijdragen als zelfstandige. Dit werd op 28 januari 2021 bevestigd door de overheid, die hiermee terugkomt op eerder gecommuniceerde richtlijnen.