My Liantis

Sociaal statuut 04 januari 2021

De fiscale en sociale impact van het overbruggingsrecht

Het overbruggingsrecht is er om zelfstandigen door een moeilijke periode heen te loodsen. Let wel op, want vergoedingen die je als zelfstandige in dat kader ontvangt, worden ook belast. In sommige gevallen zul je er ook sociale bijdragen op betalen. Deed jij de voorbije maanden een beroep op het crisis- of heropstart-overbruggingsrecht? We bekijken voor jou wat de fiscale en sociale impact daarvan is.

Het ‘klassieke’ overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Als zelfstandige kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht als je noodgedwongen de deuren moet sluiten. Bijvoorbeeld als gevolg van een natuurramp (overstroming, aardbeving …), bij een brand of vernieling van je bedrijfsgebouwen, bij een allergie die is veroorzaakt door de uitoefening van je beroep, in het geval van economische moeilijkheden of als je failliet wordt verklaard.

Je kan dan rekenen op een maandelijkse overbruggingsuitkering. Gedurende je volledige beroepsloopbaan kan je maximaal 12 (of 24) maanden gebruikmaken van het overbruggingsrecht voor zelfstandigen.

Wat betekent het voor je belastingen en je sociale bijdragen?

De bedragen ontvangen in het kader van het klassieke overbruggingsrecht worden opgenomen op de fiscale fiche 281.18 (code 271) en moeten worden aangemerkt als ‘vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winsten, baten of bezoldigingen van bedrijfsleiders’. Deze vergoedingen worden als ‘vervangingsinkomsten’ gezamenlijk belast tegen de normale progressieve tarieven (circulaire Ci.RH.241/529.128 van 1 februari 2001).

Omdat vergoedingen als vervangingsinkomsten worden beschouwd, betaal je hierop geen sociale bijdragen.

Het ‘crisis’-overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Door de coronacrisis werden de voorwaarden voor het overbruggingsrecht voor zelfstandigen versoepeld en verruimd. Zelfstandigen die hun activiteit verplicht (gedeeltelijk of volledig) moeten onderbreken of die hun activiteit gedurende minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen volledig onderbreken als gevolg van de coronacrisis, hebben recht op een crisis-overbruggingsuitkering.    

Wat betekent het voor je belastingen en je sociale bijdragen?

Het belastingregime van het crisis-overbruggingsrecht voor zelfstandigen wijkt in bepaalde gevallen af van het klassieke overbruggingsrecht voor zelfstandigen (circulaire 2020/C/94 van 8 juli 2020). Het is bovendien afhankelijk van de inkomstencategorie waartoe de inkomsten uit de onderbroken activiteit behoren.

  • Zelfstandigen met winsten (vak XVII - aangifte PB) of baten (vak XVIII – aangifte PB):

In principe worden de vergoedingen die een zelfstandige met winsten of baten in het kader van het crisis-overbruggingsrecht ontvangt, gekwalificeerd als vergoedingen ter compensatie of naar aanleiding van een handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben. De vergoedingen worden gezamenlijk belast als winsten of baten.

Als de vergoedingen worden uitgekeerd naar aanleiding van een door de coronacrisis gedwongen onderbreking van de zelfstandige activiteit, dan geldt een afwijkend fiscaal gunstregime. Dat geldt zowel voor zelfstandigen die hun activiteit verplicht (gedeeltelijk of volledig) moeten onderbreken als voor zelfstandigen die hun activiteit gedurende minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen volledig onderbreken als gevolg van de coronacrisis.

De uitkeringen zijn in dat geval afzonderlijk belastbaar tegen 16,5%, op voorwaarde dat ze - samen met eventuele andere verkregen vergoedingen ter compensatie van een vermindering van de beroepswerkzaamheid - niet meer bedragen dat de belastbare nettowinst of -baten van de vier vorige jaren (de zogenaamde 4x4-regel). Is de zelfstandige nog geen vier jaar actief, dan wordt rekening gehouden met de werkelijke toestand (dus de nettowinst van één, twee of drie vorige jaren). Bedragen de uitkeringen meer dan de belastbare nettowinst of -baten van de vorige vier jaar, dan zijn ze gezamenlijk belastbaar tegen de normale progressieve tarieven.

Een voorbeeld:

  • Nettowinst 2016: 11.500 euro
  • Nettowinst 2017: 8.800 euro
  • Nettowinst 2018: 2.500 euro (verlies)
  • Nettowinst 2019: 13.000 euro

De nettowinst van de afgelopen vier jaar bedraagt 30.800 euro. Is het totale bedrag van de crisis-overbruggingsuitkeringen in 2020 (en de eventuele andere verkregen vergoedingen ter compensatie van een vermindering van de beroepswerkzaamheid) niet hoger dan 30.800 euro, dan worden de uitkeringen belast aan 16,5%.

OPGELET: De uitkeringen overbruggingsrecht die afzonderlijk worden belast aan 16,5%, worden fiscaal niet als vervangingsinkomen gekwalificeerd. Het gevolg is dat uitkeringen die fiscaal op die manier worden getaxeerd, behoren tot de berekeningsbasis van de sociale bijdragen als zelfstandige. Je zal hier dus wel sociale bijdragen op betalen.

Volgens de huidige instructies moet het sociaal verzekeringsfonds in dat geval de uitkeringen vermelden op een fiche 281.50 (in plaats van op een fiche 281.18). Momenteel is nog niet duidelijk hoe het sociaal verzekeringsfonds kan weten welke zelfstandigen voldoen aan de voorwaarden voor de afzonderlijke belasting aan 16,5%, en dus hoe het kan weten voor welke zelfstandigen een fiche 281.50 moet worden afgeleverd. We hebben de kwestie aan de overheid gesignaleerd en wachten op bijkomende verduidelijking hierover.

  • Zelfstandige bedrijfsleiders (vak XVII – aangifte PB):

Crisis-overbruggingsuitkeringen voor zelfstandige bedrijfsleiders moeten bij de belastingaangifte worden aangemerkt als ‘vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen van bedrijfsleiders’. Deze vergoedingen worden als ‘vervangingsinkomsten’ gezamenlijk belast tegen de normale progressieve tarieven en behoren dus niet tot de bijdragegrondslag. Als bedrijfsleider zal je dus geen sociale bijdragen moeten betalen op de ontvangen uitkering.

  • Zelfstandige helpers (vak IV – aangifte PB):

De beroepsinkomsten van een zelfstandige helper worden fiscaal niet als winsten of baten gekwalificeerd, maar als bezoldigingen van een werknemer. Uitkeringen die zelfstandige helpers in het kader van het crisis-overbruggingsrecht ontvangen, moeten worden aangemerkt als ‘vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen van werknemers’ en worden als ‘vervangingsinkomsten’ gezamenlijk belast tegen de normale progressieve tarieven. Er moeten bijgevolg geen sociale bijdragen betaald worden op de ontvangen uitkering als je aangesloten bent als zelfstandig helper.

  • Meewerkende echtgenoten (vak XX – aangifte PB):

Crisis-overbruggingsuitkeringen worden voor meewerkende echtgenoten niet belast. Er is in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB) geen bepaling opgenomen die deze uitkeringen aan de personenbelasting onderwerpt. We hebben het dan over meewerkende echtgenoten die bezoldigingen genieten en aangesloten zijn in het maxi-statuut. Ben je aangesloten als meewerkende echtgeno(o)t(e)? Dan zal je geen sociale bijdragen betalen op de ontvangen uitkering.

Het ‘heropstart’-overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Voor zelfstandigen die hun activiteit (tijdelijk) verplicht moesten stopzetten, is er ook het heropstart-overbruggingsrecht. Dat is een relance-uitkering ter ondersteuning van hun heropstart in de periode juni tot december 2020.

Wat betekent het voor je belastingen en je sociale bijdragen?

Ook voor de relance-uitkering is het fiscaal regime afhankelijk van de aard van de activiteit die je uitoefent (circulaire 2020/C/14 van 4 september 2020).

Voor zelfstandigen met winsten of baten, zelfstandige bedrijfsleiders en zelfstandige helpers worden de heropstart-overbruggingsuitkeringen gezamenlijk belast als vervangingsinkomsten (dus als vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winsten, baten of bezoldigingen) tegen de normale progressieve tarieven. (Zie punten 1, 2 en 3 hierboven.) In tegenstelling tot bij het crisis-overbruggingsrecht, wordt voor zelfstandigen met winsten of baten dus geen afwijkend gunstiger fiscaal regime voorzien.

De relance-uitkeringen worden voor meewerkende echtgenoten niet belast. (Zie punt 4 hierboven.) Er is in het WIB immers geen bepaling opgenomen die deze uitkeringen aan de personenbelasting onderwerpt.

De uitkeringen, ontvangen in het kader van de heropstart van de onderneming, worden steeds beschouwd als ‘vervangingsinkomsten’ en zullen dus nooit tot de bijdragegrondslag behoren. Je hoeft er dus geen sociale bijdragen op betalen, in welke inkomstencategorie je ook valt.