My Liantis

Personeelsbeleid 27 december 2018

Sociale verkiezingen 2020: nieuwe referteperiode voor berekening gemiddelde tewerkstelling

Momenteel ligt een wetsontwerp op tafel dat een belangrijke impact kan hebben op de sociale verkiezingen in mei 2020. Het ontwerp past de referteperiode aan waarop het gemiddeld aantal medewerkers berekend wordt. Dit aantal bepaalt of je als werkgever al dan niet sociale verkiezingen moet organiseren.

Periode sociale verkiezingen

In mei 2020 vinden de volgende sociale verkiezingen plaats. Werknemers kunnen zich dan kandidaat stellen voor het comité voor preventie en bescherming op het werk of de ondernemingsraad in hun bedrijf of organisatie.

De Nationale Arbeidsraad (NAR) adviseert om de volgende sociale verkiezingen te houden tussen 11 en 24 mei 2020. Het gaat weliswaar nog maar om een voorstel, maar de kans dat de regering dit voorstel niet volgt, is quasi nihil.

Welke ondernemingen moeten sociale verkiezingen organiseren?

Ondernemingen die gemiddeld minstens 50 werknemers tewerkstellen, moeten een comité voor preventie en bescherming op het werk oprichten. Ondernemingen met minstens 100 werknemers moeten ook een ondernemingsraad hebben. De aanduiding van deze organen gebeurt via sociale verkiezingen, die om de vier jaar plaatsvinden.

Aanpassing referteperiode

De gemiddelde tewerkstelling werd tot nu toe telkens berekend op basis van het kalenderjaar voorafgaand aan de sociale verkiezingen. Voor de sociale verkiezingen van 2020 zou dit in principe het volledige jaar 2019 zijn.

De strikt gereglementeerde verkiezingsprocedure start echter al in december 2019. Op dat moment zou het voor heel wat werkgevers nog niet duidelijk zijn of ze al dan niet de kaap de kaap van vijftig of honderd werknemers bereiken en dus sociale verkiezingen moeten organiseren. Daarom past het huidige wetsontwerp deze referteperiode aan naar 1 oktober 2018 tot en met 30 september 2019.

Telling uitzendkrachten  

In de berekening van de gemiddelde tewerkstelling tellen uitzendkrachten mee gedurende één kwartaal. In het verleden betrof dit telkens het laatste kwartaal van de referteperiode.

In de aangepaste referteperiode valt het laatste kwartaal echter samen met de zomermaanden, wat een vertekend beeld zou kunnen opleveren. Daarom zouden volgens het ontwerp enkel uitzendkrachten tewerkgesteld tijdens het tweede kwartaal (van 1 april 2019 tot en met 30 juni 2019) meetellen.