My Liantis

Personeelsbeleid 06 januari 2023

Responsabiliseringsbijdrage voor werkgevers bij langdurig zieke werknemers

Begin vorig jaar voerde de overheid een nieuwe responsabiliseringsbijdrage in. Het doel van deze bijdrage is om werkgevers die te maken hebben met ‘een bovenmaatse instroom van werknemers in de invaliditeit’ te responsabiliseren. De bijdrage moet ervoor zorgen dat het aantal langdurig zieken binnen een onderneming daalt.

Eind december 2022 werd een koninklijk besluit gepubliceerd dat bepaalt wanneer er een bovenmaatse instroom in de invaliditeit is.

Wat verstaan we onder "invaliditeit"?

Invaliditeit wordt gedefinieerd als de periode van arbeidsongeschiktheid volgend op de periode van primaire arbeidsongeschiktheid, die één jaar bedraagt vanaf de eerste dag van ongeschiktheid.

Welke werkgevers vallen onder het toepassingsgebied?

De maatregel is enkel van toepassing op werkgevers die over de referteperiode gemiddeld 50 werknemers of meer in dienst hebben, en bij wie er minstens drie werknemers in invaliditeit treden in de refertekwartalen.

Werkgevers die behoren tot het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven, zijn uitgesloten.

"Bovenmaatse instroom"

Om te beoordelen of er sprake is van een ‘bovenmaatse instroom in de invaliditeit’, maakt de RSZ een vergelijking tussen het gemiddeld aantal werknemers binnen je eigen organisatie en het gemiddelde van ondernemingen binnen de eigen sector, maar ook de algemene privésector.

De vergelijking met werkgevers in de sector gebeurt aan de hand van de eerste vier cijfers van de NACE-code van de hoofdactiviteit van de werkgever.

Een koninklijk besluit bepaalt nu wanneer de instroom“bovenmaats” is. De instroom in de invaliditeit is te hoog wanneer het gemiddelde van de verhoudingen tussen de instroom in de invaliditeit van het kwartaal Q en de drie voorafgaande kwartalen in verhouding tot de totale tewerkstellingen in de overeenstemmende kwartalen:

  • twee keer hoger is dan bij ondernemingen die tot de eigen sector behoren;
  • en drie keer hoger is dan in de algemene privésector.

De vergelijking met het gemiddelde in de eigen sector gebeurt alleen als er ten minste tien ondernemingen in de vergelijksbasis zitten. Is dit niet het geval, dan wordt de bovenmaatse instroom enkel vergeleken met de instroom in invaliditeit in de algemene privésector.

Voor de bepaling van de totale tewerkstelling bij de werkgever, wordt rekening gehouden met de voltijds equivalente werknemers die ten minste drie jaar anciënniteit in de onderneming tellen.

Welke werknemers komen in aanmerking?

Enkel medewerkers die in de invaliditeit getreden zijn in kwartaal Q worden meegeteld, voor zover:

  • ze minstens 18 en jonger dan 55 jaar zijn bij het begin van de primaire ongeschiktheid (Q - 4);
  • en ze ten minste drie jaar ononderbroken in dienst zijn bij de werkgever.

Werknemers die op datum van aanvang van de invaliditeit een toelating tot werkhervatting hebben van de adviserend geneesheer, worden niet meegerekend.

Hoeveel bedraagt de responsabiliseringsbijdrage?

De trimestriële responsabiliseringsbijdrage bedraagt 0,625% van de RSZ-onderworpen lonen van het kwartaal (Q - 1) voorafgaand aan het kwartaal waarin er sprake is van een bovenmaatse instroom (kwartaal Q).

De precieze bijdrage wordt vastgesteld op basis van de gegevens die het RIZIV meedeelt. De berekening en inning gebeurt door de RSZ via een debetbericht samen met de bijdragen voor het tweede kwartaal volgend op kwartaal Q.

De responsabiliseringsbijdrage zal voor het eerst verschuldigd zijn in het tweede kwartaal van 2023, op basis van de instroom in de invaliditeit in de vier refertekwartalen van 2022.

Knipperlichtprocedure

De RSZ brengt werkgevers proactief op de hoogte wanneer de gemiddelde instroom in invaliditeit ongunstig evolueert. Zo zijn werkgevers al ingelicht over het feit dat ze twee kwartalen later de responsabiliseringsbijdrage kunnen verschuldigd zijn.

474 werkgevers kregen eind december een proactieve mededeling van de RSZ waarin de ongunstige evolutie van de instroom in de invaliditeit in hun onderneming met cijfers wordt aangetoond. Vind hier meer informatie: bericht in de Tussentijdse instructies van de RSZ 2022/4.

Wat kan een werkgever doen om deze negatieve tendens terug te dringen? 

Een werkgever die kampt met een hoog aantal intredes in de invaliditeit bij zijn medewerkers, doet er goed aan om een collectief re-integratiebeleid uit te werken. De werkgever kan hierbij een beroep doen op de expertise van de zijn Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk.