My Liantis

Personeelsbeleid 16 maart 2019

Sociale verkiezingen 2020: vergeet uitzendkrachten niet mee te tellen

Om te bepalen of je sociale verkiezingen moet organiseren in je onderneming, moet je rekening houden met het gemiddelde personeelsbestand tijdens de referteperiode van 1 oktober 2018 tot en met 30 september 2019. Maar belangrijk: je bent verplicht om ook de uitzendkrachten mee te tellen.

Uitzendkrachten meetellen 

Stelt je onderneming gemiddeld minstens 50 werknemers tewerk? Dan moet je sociale verkiezingen organiseren. Bij het tellen van je medewerkers, moet je ook rekening houden met uitzendkrachten.  De uitzendkrachten die je in je onderneming tewerkstelt, tellen mee tijdens één kwartaal. In het verleden ging het telkens over de periode van 1 oktober tot en met 31 december.

Een nieuw wetsvoorstel past dit nu aan waardoor enkel uitzendkrachten meetellen die je tewerkstelde tijdens het tweede kwartaal: van 1 april 2019 tot en met 30 juni 2019. Deze nieuwe regeling moet nog gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad, maar de Commissie Sociale Zaken keurde het ondertussen wel al goed. 

Papieren register

Om deze berekening mogelijk te maken, moet je als werkgever een bijlage bij het personeelsregister voegen. In dit document moet je alle uitzendkrachten vermelden die je tijdens het tweede kwartaal van 2019 tewerkstelt. Deze bijlage moet je tot 5 jaar na de laatste verplichte inschrijving bijhouden. 

Voeg je de bijlage niet bij het personeelsregister? Dan riskeer je een administratieve geldboete tot 2.000 euro en een strafrechtelijke boete tot 4.000 euro, telkens vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. Deze verplichting geldt trouwens voor elke werkgever die uitzendkrachten tewerkstelt.  

De Commissie Sociale Zaken heeft op 13 maart het voorstel aangenomen om ondernemingen die meer dan 100 werknemers in dienst hebben, vrij te stellen van deze verplichting. De uitzondering moet wel nog gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. Tot dan blijft de algemene regel gelden en moeten deze ondernemingen dit dus wel doen. 

Concrete optelsom  

Het gemiddelde van de uitzendkrachten bereken je door het totaal aantal kalenderdagen waarin elke uitzendkracht in de loop van het tweede kwartaal 2019 was ingeschreven, te delen door 91. 

Wanneer het uurrooster van de uitzendkracht minder dan 75% bedraagt van een voltijds uurrooster, moet je het totaal van de kalenderdagen waarin hij in de bovenvermelde bijlage was ingeschreven, delen door 182 (91 x 2). 

Let wel: uitzendkrachten die een vaste werknemer vervangen van wie de arbeidsovereenkomst geschorst is, hoef je niet mee te tellen.  

Uitzendkracht vs gewone werknemer 

Een gewone werknemer of student zal minder zwaar doorwegen in de telling dan een uitzendkracht. 

Voorbeeld Een uitzendkracht die je gedurende 60 kalenderdagen tewerkstelt, telt mee voor 0,6593 (60/91) eenheden. Werf je voor diezelfde periode rechtstreeks een student of werknemer aan, dan telt deze werknemer slechts voor 0,1643 eenheden mee (60/365).

Stemrecht uitzendkrachten 

De Commissie Sociale Zaken keurde op 13 maart ook het voorstel goed waardoor uitzendkrachten voor het eerst kunnen stemmen tijdens de sociale verkiezingen.  

Om stemrecht te krijgen, moeten de uitzendkrachten wel aan twee voorwaarden voldoen: 

  1. Tijdens 6 maanden vóór de aankondigingsdatum van de sociale verkiezingen (dag X) moeten ze minstens 65 dagen gewerkt hebben in de onderneming. 

  2. In de periode tussen de aankondigingsdatum van de sociale verkiezingen (dag X) en de dag van de verkiezingen (dag Y) moeten ze minstens 26 dagen gewerkt hebben in de onderneming.