My Liantis

Personeelsbeleid 04 februari 2020

RVA wijzigt standpunt extra uren en ADV-dagen

Werknemers die deeltijds werken in het kader van tijdskrediet of een thematisch verlof mogen voortaan onder bepaalde voorwaarden wél overuren presteren. De RVA past zijn eerder standpunt daarover aan. Ook het standpunt over ADV-dagen voor deeltijdse werknemers werd aangepast.

Oud RVA-standpunt overuren

In 2019 lanceerde de RVA een standpunt waarin stond dat werknemers met een loopbaanvermindering in het kader van tijdskrediet of een thematisch verlof geen overuren mochten presteren. Concreet ging het om het infoblad E56. Bijkomende uren, dat zijn extra uren die de voltijdse grenzen niet overschrijden, waren wel toegelaten onder bepaalde voorwaarden. Maar dit standpunt zorgde in de praktijk toch voor problemen.

Nieuw RVA-standpunt overuren

Overuren en bijkomende uren met toeslag zijn vanaf nu wel toegelaten als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • De uren worden gepresteerd op vraag van de werkgever. Dit heeft als gevolg dat extra uren op vraag van de werknemer en vrijwillige overuren niet toegelaten zijn.
  • De uren worden ingehaald tijdens de voorziene wettelijke periode.
    Omdat bijkomende uren in principe niet ingehaald moeten worden, is er enkel voor de overuren een wettelijke periode bepaald. Overuren moeten ingehaald worden binnen het trimester. De referteperiode van een trimester kan verlengd worden tot een jaar door een KB, een cao of het arbeidsreglement.
  • De uren moeten ingehaald worden tijdens de periode van loopbaanvermindering.
  • Ze gebeuren niet systematisch maar wel uitzonderlijk. Het moet immers gaan over punctuele situaties of situaties van overmacht die u moet kunnen rechtvaardigen in geval van controle.

Een uitzondering geldt wel in het kader van wachtdiensten – dus niet in de horecasector - omdat het presteren van extra uren vaak inherent is aan het werkregime en ze dus wel een systematisch karakter hebben. Wachtdiensten mogen niet voorzien worden op een moment dat samenvalt met de loopbaanvermindering maar wel op andere momenten.

ADV-dagen: oude regeling

De RVA heeft ook zijn standpunt rond ADV-dagen versoepeld. Werken met zulke dagen maakt het mogelijk om bijvoorbeeld elke week 40 uur te werken, waarbij er dan 12 extra afwezigheidsdagen (ADV-dagen) opgebouwd worden doorheen het jaar. Hierdoor komt het uiteindelijk wel neer op een 38-urenweek tijdens een bepaalde referteperiode. Dit systeem kan je zowel toepassen voor voltijdse als voor deeltijdse medewerkers.

Vroeger was het zo dat de RVA ADV-dagen bij deeltijdse medewerkers in een periode van tijdskrediet of thematisch verlof enkel toeliet als ze betaald werden tijdens de inhaalrust (betaalde ADV-dagen) en niet op het moment dat de medewerker ze eigenlijk presteerde (onbetaalde ADV-dagen). Bovendien was het zo dat de deeltijdse medewerker de rustdagen moest opnemen in de periode van tijdskrediet of het thematisch verlof zelf. Maar in heel wat ondernemingen en sectoren worden de ADV-dagen algemeen en samen opgenomen tijdens een bepaalde periode zoals het kerstverlof. In de praktijk zorgde deze regeling dus voor wat praktische problemen.

ADV-dagen: nieuwe regeling

De RVA laat voortaan zowel betaalde als onbetaalde ADV-dagen toe voor een deeltijdse werknemer met tijdskrediet of thematisch verlof.

Belangrijke voorwaarde hierbij is wel dat de ADV-dagen ingehaald moeten worden binnen de wettelijke periode die daarvoor voorzien is én binnen de grenzen van de periode van loopbaanvermindering, tenzij een cao of het arbeidsreglement binnen de onderneming een bepaalde periode oplegt waarin ze worden ingehaald (bijvoorbeeld tussen Kerstdag en Nieuwjaar). Daarmee helpt de RVA dus de eerder praktische problemen uit de wereld.

Inspectiediensten RVA

In het nieuwe infoblad E56 staat duidelijk dat de RVA zal nagaan of alles correct nageleefd wordt in functie van:

  • elke gevraagde periode van loopbaanonderbreking (en dus niet verlengd)
  • de juridische teksten die van toepassing zijn binnen uw onderneming
  • de situatie van de betrokken werknemer.

Wanneer deze inspectiediensten toch onregelmatigheden of inbreuken zouden vaststellen, kan dat ernstige gevolgen hebben. Zo kan het zelfs gaan om een combinatie van onderstaande inbreuken:

  • strafrechtelijke vervolging van werkgever en/of de werknemer;
  • herziening van het recht op loopbaanonderbreking van de werknemer;
  • herziening van het recht op de uitkeringen van de werknemer;
  • terugvordering van de onderbrekingsuitkeringen die de werknemer ten onrechte heeft ontvangen.