My Liantis

Welzijn op het werk 08 september 2009

Uitkeringen bij progressieve werkhervatting licht gewijzigd

Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009 werden een aantal wijzigingen aangebracht aan de cumulatieregeling van beroepsinkomsten en ziekteuitkeringen in het geval van progressieve tewerkstelling. Het gaat hierbij niet om wereldschokkende zaken, maar om aanpassingen die zeker de moeite waard zijn om even bij stil te staan.

1 Progressieve tewerkstelling

Na een periode van volledige arbeidsongeschiktheid, waarbij een werknemer minstens één dag volledig arbeidsongeschikt was, kan het gebeuren dat deze vervroegd opnieuw aan de slag wil. Het gebeurt dan vaak dat zo’n werkwillige toch nog niet voldoende hersteld is om zijn contractuele verplichtingen opnieuw volledig na te leven. 

In zo’n geval kan de werknemer toch gedeeltelijk aan de slag en kan hij zijn gedeeltelijke beroepsinkomen cumuleren met ziekteuitkeringen. Hiervoor is echter de toestemming vereist van de adviserende geneesheer van het ziekenfonds.

De arbeidsongeschikte werknemer die het werk gedeeltelijk wil hervatten, moet een aanvraag richten aan de adviserende geneesheer van zijn ziekenfonds. Deze toestemming moet bekomen worden vóór iedere werkhervatting. Men mag hierbij nooit vergeten dat noch de arbeidsongeschikte werknemer, noch de werkgever zelf, kan gedwongen worden om deze gedeeltelijke uitvoering van de arbeidsovereenkomst te aanvaarden. In eerste instantie ligt de keuze bij de werknemer. 

Enkel nadat de toestemming is bekomen, al dan niet na een voorafgaandelijk onderzoek, mag de werknemer het werk gedeeltelijk hervatten. Indien er geen toestemming is van voormelde adviseur, kunnen de ziekteuitkeringen niet meer genoten worden, bovenop het gedeeltelijke beroepsinkomen. 

De toelating om het werk gedeeltelijk te hervatten wordt pas gegeven indien de gerechtigde nog een fysieke ongeschiktheidsgraad van 50% blijft behouden, vergeleken met de algemene, normale gezondheidstoestand van de werknemer. Om de 6 maanden wordt deze gezondheidstoestand opnieuw geëvalueerd.

2 Cumulatie van beroepsinkomen en ziekteuitkeringen

De werknemer die gedeeltelijk weer aan de slag gaat en daarbij het fiat heeft gekregen van de adviserend geneesheer, heeft recht op een ziekteuitkering, bovenop het geproratiseerde beroepsinkomen. 

De uitkering ten laste van het ziekenfonds komt in dat geval overeen met een bedrag dat gelijk is aan het verschil tussen (1) het dagbedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, toegekend bij afwezigheid van cumulatie en (2) het brutobedrag van het beroepsinkomen. 

Onder ‘beroepsinkomen’ wordt elk inkomen verstaan dat de werknemer kan bekomen wegens een activiteit die deeltijds en/of onder andere voorwaarden wordt uitgeoefend en waarvoor de adviserend geneesheer van het ziekenfonds vooraf toelating heeft gegeven. Hiertoe behoren dus niet alleen alle bezoldigingen, maar bij uitbreiding ook de voordelen waarop RSZ-bijdragen verschuldigd zijn en de firmawagen. 

Tot 1 januari 2009 werden ook de premies, eindejaarspremie, gratificaties en andere gelijkaardige voordelen, die jaarlijks betaald worden, geacht deel uit te maken van het beroepsinkomen van de vier kwartalen volgend op dit waarin zij toegekend werden, voor zover deze bedragen toegekend werden op basis van toegelaten arbeid. Het KB van 17 juli 2009 sluit de bovenstaande looncomponenten nu uit van het ‘beroepsinkomen’. Om de uitkering van het ziekenfonds te berekenen dient men er vanaf 1 januari 2009 ook geen rekening meer mee te houden.

3 Vakantiegeld

Cumulatie met vakantiegeld is niet toegestaan. Voor de dagen waarop de werknemer derhalve vakantiegeld krijgt ten gevolge van een betrekking die voorafging aan de arbeidsongeschiktheid, zal er geen uitkering genoten worden.

Enkel door de invalide gerechtigden – zij die als arbeidsongeschikt erkend werden gedurende langer dan een jaar – kan er een uitkering genoten worden voor de vakantiedagen. Het voormelde KB veranderde echter de berekeningsregels voor deze uitkering. Het bedrag van de uitkering ten laste van het ziekenfonds is voortaan gelijk aan het bedrag van de uitkering waarop de invalide gerechtigde aanspraak zou kunnen maken indien hij geen activiteit hervat had, verminderd met de waarde van het beroepsinkomen van de betrokken maand, in werkdagen gewaardeerd, met toepassing van de inkomensschijven. Vóór 1 januari 2009 werden de inkomensschijven niet toegepast.

4 Inwerkingtreding

Deze nieuwe regeling trad met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2009.