My Liantis

Personeelsbeleid 22 december 2020

Verhoging vrijwillige overuren in essentiële sectoren

Net zoals in het tweede kwartaal van 2020, wordt het aantal vrijwillige overuren opnieuw opgetrokken in het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021 tot een grens van 220 overuren. Enkel in het eerste kwartaal van 2021 gaat het om een volledig nieuw bijkomend contingent van 120 vrijwillige overuren.

Voorwaarden voor het bijkomende contingent van 120 overuren

  • De verhoging is enkel van toepassing in de essentiële sectoren. Hier vind je een volledige lijst.
  • De 120 bijkomende vrijwillige overuren gelden in het vierde kwartaal van 2020 én in het eerste kwartaal van 2021.
  • Er moet geen overloontoeslag worden betaald.
  • Er wordt geen RSZ gerekend op deze overuren.
  • Ze zijn niet onderworpen aan bedrijfsvoorheffing.
  • Deze uren worden niet meegerekend voor de interne grens (het maximum aantal overuren in een referteperiode).
  • De ‘gewone’ vrijwillige overuren moeten niet zijn opgebruikt.
  • Er moet een schriftelijk akkoord zijn tussen werkgever en werknemer.

Geen volledig bijkomend krediet in vierde kwartaal 2020

In het tweede kwartaal van 2020 werden er al eens bijkomende vrijwillige corona-overuren toegestaan. De uren die toen gepresteerd werden, moeten in mindering worden gebracht van de bijkomende schijf van het vierde kwartaal 2020.

Voorbeeld

In de periode mei en juni 2020 presteerde jouw medewerker voor het eerst dit jaar vrijwillige overuren. Hij werkte toen 55 vrijwillige corona-overuren. In de zomerperiode presteerde hij opnieuw vrijwillige overuren, deze keer 30 ‘gewone’ vrijwillige overuren om de vakantieperiodes van de collega’s op te vangen. Jouw essentiële onderneming voorzag nadien nog veel werk in november en december 2020. Hoeveel overuren konden er dus nog opgenomen worden?

Vierde kwartaal 2020

De vrijwillige corona-overuren gepresteerd in het tweede kwartaal van 2020 worden afgetrokken van het contingent van het vierde kwartaal 2020 (120 – 55 = 65). De werknemer kan dus nog 65 vrijwillige corona-overuren presteren in het vierde kwartaal 2020. Als die uren gepresteerd worden, zullen ze, net zoals in het tweede kwartaal 2020, zonder toeslag, zonder RSZ en zonder bedrijfsvoorheffing, worden uitbetaald.

Daarnaast had jouw medewerker nog een saldo van 90 gewone vrijwillige overuren (120 – 30 = 90) voor het jaar 2020. Hier gelden de algemene regels: ze worden uitbetaald met toeslag, RSZ en bedrijfsvoorheffing en aangerekend op de interne grens (uitgezonderd de eerste 25 vrijwillige overuren).

Deze 90 gewone vrijwillige overuren konden ook nog in het vierde kwartaal worden gepresteerd. De grens van 220 vrijwillige overuren werd namelijk nog niet bereikt.

Wel volledig nieuw contingent in eerste kwartaal 2021

Vanaf het eerste kwartaal 2021 beschik je voor je werknemer opnieuw over een volledig nieuw contingent 120 vrijwillige corona-overuren. Het maakt dus niet uit of je in het tweede of vierde kwartaal van 2020 je vorige contingent hebt opgebruikt. Ook deze bijkomende vrijwillige corona-overuren zullen dus zonder toeslag, zonder RSZ, zonder bedrijfsvoorheffing, worden uitbetaald.

Daarnaast zijn er nog de 120 gewone vrijwillige overuren voor het jaar 2021. Hier gelden de algemene regels: met toeslag, RSZ en bedrijfsvoorheffing en aanrekening op de interne grens (uitgezonderd de eerste 25 vrijwillige overuren).

Indien je werknemer in het eerste kwartaal van 2021 het nieuwe contingent van 120 vrijwillige overuren volledig uitput, kan hij nog maximum 100 gewone vrijwillige overuren presteren. Je moet altijd rekening houden met de grens van 220 vrijwillige overuren (120 + 100 = 220). De andere 20 gewone vrijwillige overuren kunnen wel nog in de volgende kwartalen gepresteerd worden.