My Liantis

Sociaal statuut 23 september 2020

De fiscale impact van het overbruggingsrecht

Het overbruggingsrecht is er om zelfstandigen door een moeilijke periode heen te loodsen. Let wel op, want vergoedingen die je als zelfstandige in dat kader ontvangt, worden ook belast. Deed jij de voorbije maanden een beroep op het crisis- of heropstart-overbruggingsrecht? We bekijken voor jou wat de fiscale impact daarvan is.

Het ‘klassieke’ overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Als zelfstandige kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht als je noodgedwongen de deuren moet sluiten. Bijvoorbeeld als gevolg van een natuurramp (overstroming, aardbeving …), bij een brand of vernieling van je bedrijfsgebouwen, bij een allergie die is veroorzaakt door de uitoefening van je beroep, in het geval van economische moeilijkheden of als je failliet wordt verklaard.

Je kan dan rekenen op een maandelijkse overbruggingsuitkering, afgestemd op het minimumpensioen voor zelfstandigen. Gedurende je volledige beroepsloopbaan kan je maximaal 12 (of 24) maanden gebruikmaken van het overbruggingsrecht voor zelfstandigen, dat wordt geregeld door de wet van 22 december 2016.

Wat betekent het voor je belastingen?
Het klassieke overbruggingsrecht wordt opgenomen in de fiscale fiche 281.18 (code 271) en moet worden aangemerkt als ‘vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winsten, baten of bezoldigingen van bedrijfsleiders’. Deze vergoedingen worden als ‘vervangingsinkomsten’ gezamenlijk belast tegen de normale progressieve tarieven (circulaire Ci.RH.241/529.128 van 1 februari 2001).

Het ‘crisis’-overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Door de coronacrisis werden de voorwaarden voor het overbruggingsrecht voor zelfstandigen versoepeld en verruimd (wet van 23 maart 2020, op 24 maart 2020 verschenen in het Belgisch Staatsblad). Zelfstandigen die hun activiteit verplicht (gedeeltelijk of volledig) moeten onderbreken of die hun activiteit gedurende minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen volledig onderbreken als gevolg van de coronacrisis, hebben recht op een crisis-overbruggingsuitkering. De hierna besproken fiscale regels gelden ook voor het ‘verlengde’ crisis-overbruggingsrecht, dat onder bijkomende voorwaarden kon worden toegekend voor de maanden juli en augustus (KB van 26 juni 2020).    

Wat betekent het voor je belastingen?
Het belastingregime van het crisis-overbruggingsrecht voor zelfstandigen wijkt in bepaalde gevallen af van het klassieke overbruggingsrecht voor zelfstandigen (circulaire 2020/C/94 van 8 juli 2020). Het is bovendien afhankelijk van de inkomstencategorie waartoe de inkomsten uit de onderbroken activiteit behoren.

  • Zelfstandigen met winsten (vak XVII - aangifte PB) of baten (vak XVIII – aangifte PB):

In principe worden de vergoedingen die een zelfstandige met winsten of baten in het kader van het crisis-overbruggingsrecht ontvangt, gekwalificeerd als vergoedingen ter compensatie of naar aanleiding van een handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben. De vergoedingen worden gezamenlijk belast als winsten of baten.

Als de vergoedingen worden uitgekeerd naar aanleiding van een door de coronacrisis gedwongen onderbreking van de zelfstandige activiteit, dan geldt een afwijkend fiscaal gunstregime. Dit geldt zowel voor zelfstandigen die hun activiteit verplicht (gedeeltelijk of volledig) moeten onderbreken als voor zelfstandigen die hun activiteit gedurende minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen volledig onderbreken als gevolg van de coronacrisis.

De uitkeringen zijn in dat geval afzonderlijk belastbaar tegen 16,5%, op voorwaarde dat ze - samen met eventuele andere verkregen vergoedingen ter compensatie van een vermindering van de beroepswerkzaamheid - niet meer bedragen dat de belastbare nettowinst of -baten van de vier vorige jaren (de zogenaamde 4x4-regel). Is de zelfstandige nog geen vier jaar actief, dan wordt rekening gehouden met de werkelijke toestand (dus de nettowinst van één, twee of drie vorige jaren). Bedragen de uitkeringen meer dan de belastbare nettowinst of -baten van de vorige vier jaar, dan zijn ze gezamenlijk belastbaar tegen de normale progressieve tarieven.

Voorbeeld:

  • Nettowinst 2016: 11.500 euro
  • Nettowinst 2017: 8.800 euro
  • Nettowinst 2018: 2.500 euro (verlies)
  • Nettowinst 2019: 13.000 euro

De nettowinst van de afgelopen vier jaar bedraagt 30.800 euro. Is het totale bedrag van de crisis-overbruggingsuitkeringen in 2020 (en de eventuele andere verkregen vergoedingen ter compensatie van een vermindering van de beroepswerkzaamheid) niet hoger dan 30.800 euro, dan worden de uitkeringen belast aan 16,5%.

  • Zelfstandige bedrijfsleiders (vak XVII – aangifte PB):

Crisis-overbruggingsuitkeringen voor zelfstandige bedrijfsleiders moeten bij de belastingaangifte worden aangemerkt als ‘vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen van bedrijfsleiders’. Deze vergoedingen worden als ‘vervangingsinkomsten’ gezamenlijk belast tegen de normale progressieve tarieven.

  • Zelfstandige helpers (vak IV – aangifte PB):

De beroepsinkomsten van een zelfstandige helper worden fiscaal niet als winsten of baten gekwalificeerd, maar als bezoldigingen van een werknemer. Uitkeringen die zelfstandige helpers in het kader van het crisis-overbruggingsrecht ontvangen, moeten worden aangemerkt als ‘vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen van werknemers’ en worden als ‘vervangingsinkomsten’ gezamenlijk belast tegen de normale progressieve tarieven.

  • Meewerkende echtgenoten (vak XX – aangifte PB):

Crisis-overbruggingsuitkeringen worden voor meewerkende echtgenoten niet belast. Er is in het WIB immers geen bepaling opgenomen die deze uitkeringen aan de personenbelasting onderwerpt. We hebben het dan over meewerkende echtgenoten die bezoldigingen genieten en aangesloten zijn in het maxi-statuut.

Het ‘heropstart’-overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Voor zelfstandigen die hun activiteit (tijdelijk) verplicht moesten stopzetten, is er ook het heropstart-overbruggingsrecht. Dat is een relance-uitkering ter ondersteuning van hun heropstart in de maanden juni, juli en augustus van dit jaar. De activiteit hoeft niet langer zeven opeenvolgende kalenderdagen te worden onderbroken (KB van 26 juni 2020).  

Wat betekent het voor je belastingen?
Ook voor de relance-uitkering is het fiscaal regime afhankelijk van de aard van de activiteit die je uitoefent (circulaire 2020/C/14 van 4 september 2020).

Voor zelfstandigen met winsten of baten, zelfstandige bedrijfsleiders en zelfstandige helpers worden de heropstart-overbruggingsuitkeringen gezamenlijk belast als vervangingsinkomsten (dus als vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winsten, baten of bezoldigingen) tegen de normale progressieve tarieven. (Zie punten 1, 2 en 3 hierboven.) In tegenstelling tot bij het crisis-overbruggingsrecht, wordt voor zelfstandigen met winsten of baten dus geen afwijkend gunstiger fiscaal regime voorzien.

De heropstart-overbruggingsuitkeringen worden voor meewerkende echtgenoten niet belast. (Zie punt 4 hierboven.) Er is in het WIB immers geen bepaling opgenomen die deze uitkeringen aan de personenbelasting onderwerpt.