My Liantis

Hoeveel kost een werknemer?

Bij personeel aanwerven komt meer kijken dan enkel het brutoloon. Medewerkers aanwerven brengt verschillende directe en indirecte kosten met zich mee. We geven je inzicht in de belangrijkste elementen van jouw loonkost zodat je precies weet hoeveel de kostprijs van je (eerste) werknemer bedraagt.

Waaruit bestaat het loon van een werknemer?

Het loon omvat elk voordeel dat je als werkgever aan je medewerker toekent als tegenprestatie voor geleverde arbeid. Loon houdt echter veel meer in dan enkel het geld voor de gewerkte uren. Boven op het basisloon ontvangt je medewerker vakantiegeld, extralegale voordelen en meestal ook een eindejaarspremie.

Basisloon: hoe wordt het berekend en bepaald?

Het basisloon is gelijk aan het brutoloon vóór de aftrek van fiscale en sociale inhoudingen. Dit loon mogen de partijen zelf bepalen, maar als werkgever in België moet je je wel aan bepaalde minimumlonen houden.

We onderscheiden twee soorten minimumlonen:

  • Baremalonen leggen het minimumloon vast in elke sector. Deze lonen zijn gekoppeld aan een bepaalde functie en een bepaalde ervaring en worden periodiek geïndexeerd. Soms worden ze ook verhoogd als gevolg van sectorale onderhandelingen.
  • Naast eventuele sectorbarema’s moet je ook rekening houden met het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) zoals vastgelegd in de Nationale Arbeidsraad. Sommige sectoren hebben zelfs eigen GGMMI.

Wil je weten wat er in jouw sector is afgesproken omtrent minimumlonen? Neem contact op met Liantis voor advies over baremalonen en een marktconforme verloning.

Vakantiegeld en vakantiedagen

Elke medewerker heeft recht op vakantiedagen. Om het aantal (wettelijke) vakantiedagen te berekenen, kijk je naar de geleverde prestaties van het vorig kalenderjaar.

Wie voltijds werkt en gedurende het vorige kalenderjaar een volledig jaar heeft gewerkt, heeft recht op twintig betaalde vakantiedagen (in de vijfdagenweek).

Enkel versus dubbel vakantiegeld

We onderscheiden twee soorten vakantiegeld, namelijk enkel en dubbel vakantiegeld. Enkel vakantiegeld is de doorbetaling van het loon tijdens vakantiedagen, dubbel vakantiegeld is een toeslag in verhouding tot het opgebouwde recht.

Als werkgever betaal je het vakantiegeld voor bedienden uit. Het vakantiegeld voor arbeiders is anders geregeld. Arbeiders ontvangen geen loon wanneer zij vakantiedagen opnemen. De Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) of het bevoegde vakantiefonds betaalt in één keer zowel hun enkel als hun dubbel vakantiegeld uit.

Als werkgever moet je voor de loonkosten van bedienden dus rekening houden met het dubbel vakantiegeld. Bedienden ontvangen dat bedrag als een jaarlijkse extra vergoeding wanneer zij hun hoofdvakantie opnemen bovenop hun enkel vakantiegeld. Arbeiders ontvangen hun enkel én dubbel vakantiegeld tussen 2 mei en 30 juni van het Fonds. Je leest meer over enkel en dubbel vakantiegeld op de pagina over wettelijke vakantiedagen.

Extralegale voordelen

Extralegale voordelen zijn voordelen die je als werkgever naast het basisloon kan aanbieden aan de medewerker. De vijf populairste extralegale voordelen zijn:

  1. Maaltijdcheques
  2. Ecocheques
  3. Groepsverzekering
  4. Hospitalisatieverzekering
  5. Bedrijfswagen

Extra voorbeelden van extralegale voordelen: tankkaart, extralegaal verlof, eindejaarspremie of dertiende maand, groepsverkering, loonbonus, winstpremie, …

Let op, deze voordelen vallen ook onder de noemer ‘loon’, maar op het vlak van de socialezekerheidsbijdragen en de belastingen gelden andere regels. Hierdoor kosten extralegale voordelen doorgaans minder dan een brutoloonsverhoging. Dit maakt het een financieel interessante manier om werknemers extra te motiveren.

Voordelen voor werkgever en werknemer

Als werkgever is het voordeliger om je medewerker een extralegaal voordeel toe te kennen dan hem een gelijkwaardige loonsverhoging toe te kennen. Een extralegaal voordeel staat in de meeste gevallen namelijk los van vakantiegeld of een dertiende maand. Daarnaast zijn extralegale voordelen vaak (deels) fiscaal aftrekbaar én is het een mooie manier om jezelf te profileren als aantrekkelijke werkgever.

Voor medewerkers zijn extralegale voordelen ook interessant, omdat zij er meestal geen of minder socialezekerheidsbijdragen en belastingen op hoeven te betalen.

Diverse loonkosten

In veel gevallen ben je als werkgever ook een tussenkomst verschuldigd in de kosten die je medewerker maakt in het woon-werkverkeer. In vrijwel alle sectoren bepaalt men de regels ervan op sectoraal niveau. Houd rekening met deze werkgeverstussenkomst en ga na wat er in jouw sectorale cao is afgesproken op dit vlak.

Naast deze kosten voor woon-werkverkeer gelden nog diverse andere premies en vergoedingen op sectoraal niveau. Tussen de sectoren bestaan aanzienlijke onderlinge verschillen. Meer weten? Neem contact op met je klantenadviseur.

Patronale bijdragen

Het brutoloon én de extralegale voordelen vormen slechts een deel van de totale loonkost. Als werkgever betaal je sociale bijdragen op het brutoloon, ook wel patronale bijdragen genoemd. Deze patronale bijdragen bestaan uit een basisbedrag en eventueel bijzondere bedragen. 

Wie medewerkers uit bepaalde doelgroepen tewerkstelt, kan rekenen op een korting op de sociale bijdragen. De overheid heeft deze financiële stimulans ingesteld voor het aanwerven en behouden van jongeren, ouderen, mensen met een arbeidsbeperking, mentoren en langdurig werkzoekenden. Je leest er meer over op de pagina over doelgroepverminderingen.

Basisbijdrage

In de profitsector betaal je als werkgever een basispercentage van 25% op het brutoloon.

Als werkgever van arbeiders betaal je een patronale bijdrage op 108% van de brutolonen voor de tak jaarlijkse vakantie. Daarnaast ben je om de drie maanden een bijdrage van 5,57% verschuldigd en betaal je jaarlijks een bijdrage van 10,27%.

Bijzondere bijdrage

Bovenop de basisbijdrage komen nog enkele bijzondere bijdragen voor de sociale zekerheid. Deze bijdragen zijn niet altijd rechtstreeks bestemd voor de sociale zekerheid en soms zijn ze enkel in bepaalde omstandigheden verschuldigd. Voorbeelden zijn de solidariteitsbijdrage voor studenten, bijdragen voor het asbestfonds en de solidariteitsbijdrage bij het gebruik van bedrijfsvoertuigen.

De website van de sociale zekerheid biedt een volledig overzicht van de socialezekerheidsbijdragen en de bijzondere bijdragen.

Verborgen kosten

Ziekteverzuim

De kosten van een zieke medewerker mag je niet onderschatten. Ze bestaan uit directe kosten zoals het loon dat je blijft uitbetalen, maar ook uit indirecte kosten, zoals de zoektocht naar een vervanger, beheerskosten, vermindering in productie … Met een absenteïsmebeleid voorkom je dat de kosten van ziekteverzuim oplopen.

Verplichte verzekeringen

Als werkgever ben je wettelijk verplicht om een arbeidsongevallenverzekering voor je personeel te nemen. Als je werknemer slachtoffer is van een arbeidsongeval of een ongeval op weg van of naar het werk en daar lichamelijke letsels aan overhoudt, vergoedt de polis de het verlies aan loon en medische kosten.

Met een sociale rechtsbijstandsverzekering dek je jezelf in tegen kosten die kunnen voortkomen uit conflicten in het kader van een arbeidsrelatie. Deze verzekering is niet verplicht, maar wel sterk aan te raden.

Berekening kost medewerker

Vooraleer je overgaat tot aanwerven, maak je het best eerst een kostensimulatie van je eerste werknemer. Met die berekening weet je precies welke impact dat heeft op je onderneming.

Bruto-netto 

Via onze bruto-netto calculator bereken je makkelijk het bruto en netto maandloon van je werknemer . De berekening houdt onder andere rekening met het beroep en de burgerlijke stand van de werknemer, het inkomen van de partner, de personen ten laste, sociaal abonnement, fietsvergoeding, groepsverzekering, firmawagen, maaltijdcheques en tenslotte de RSZ-afhouding en bedrijfsvoorheffing.

Ontslag

Als je een werknemer wil ontslaan, dan moet je rekening houden met de wettelijke opzegtermijnen of de opzeggingsvergoeding en de ontslagmotivering. De berekening voor zowel de opzegtermijn als de opzeggingsvergoeding hangt af van de datum waarop hij in dienst trad.

Sinds 2014 is het eenheidsstatuut van kracht, waardoor de opzeggingstermijnen voor arbeiders en bedienden dezelfde zijn. De volledige opzegtermijn wordt bepaald door de berekening van de opzegtermijn op basis van de anciënniteit die de werknemer heeft opgebouwd op 31 december 2013 en de opzeggingstermijn berekend op basis van de anciënniteit die na 1 januari 2014 werd opgebouwd.

Veelgestelde vragen 

1. Hoeveel betaalt de werkgever bovenop brutoloon?

Dat hangt van heel wat factoren af, zoals de sector het statuut van je medewerker, de beroepscategorie, anciënniteit … Om de werkelijke kost van een (eerste) werknemer te weten te komen, laat je een kostensimulatie opstellen door je sociaal secretariaat.

2. Wie draagt de kost van het pensioen van de werknemer?

Het wettelijk pensioen of rustpensioen wordt gefinancierd met werkgevers- en werknemersbijdragen op het brutoloon van alle medewerkers. De Federale Pensioendienst (FPD) stort het pensioen van werknemers, ambtenaren en zelfstandigen.

Een aanvullend pensioen kan worden gefinancierd door werkgeversbijdragen en/of werknemersbijdragen. Werkgeversbijdragen (of patronale bijdragen) zijn bijdragen die je als  werkgever stort aan de pensioeninstelling voor de opbouw van het aanvullend pensioen van jouw werknemers.

Werknemersbijdragen (of persoonlijke bijdragen) zijn bijdragen die de werkgever van het loon van de werknemer afhoudt en doorstort naar de pensioeninstelling. Je werknemer spaart dan zelf ook voor zijn aanvullend pensioen, maar hoeft hiervoor niets te doen: jij  zorgt ervoor dat de persoonlijke bijdragen worden doorgestort aan de pensioeninstelling. De ingehouden persoonlijke bijdragen worden altijd vermeld op de loonfiche.

3. Wie betaalt het ziekteverzuim van een werknemer?

Als een werknemer arbeidsongeschikt is door ziekte of een ongeval (dat niet werk gerelateerd is) heeft hij voor een bepaalde periode recht op het behoud van loon. Het gewaarborgd loon bedraagt evenveel als het normale loon en wordt betaald door jou, de werkgever.

Daarna, tijdens de periode van primaire arbeidsongeschiktheid (het eerste jaar), na de periode van gewaarborgd loon, krijgt de werknemer een uitkering van het ziekenfonds. Die uitkering bedraagt 60% van het begrensde brutoloon. Vanaf het tweede jaar ongeschiktheid begint de periode van invaliditeit. De werknemer blijft uitkeringen ontvangen van het ziekenfonds. Gaat het om een arbeidsongeval of beroepsziekte? Dan gelden er specifieke regels.