My Liantis

Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing: wie heeft er recht op?

Door werkgevers onder bepaalde voorwaarden een vrijstelling te gunnen op de doorstorting van bedrijfsvoorheffing, wil de overheid onderzoek en ondernemerschap in ons land stimuleren. Ontdek aan welke voorwaarden je moet voldoen om van deze financiële steunmaatregelen gebruik te kunnen maken.

Wat is bedrijfsvoorheffing?

De bedrijfsvoorheffing is een belasting op het beroepsinkomen van werknemers en bedrijfsleiders. Als werkgever moet je de bedrijfsvoorheffing inhouden op het loon, waarna je dit bedrag doorstort aan de fiscus. Het is een voorschot op de personenbelasting.

Op deze verplichting bestaan een aantal uitzonderingen. Ruwweg kan je deze opdelen in ‘echte’ vrijstellingen en vrijstellingen van doorstorting.

  1. Echte vrijstelling van bedrijfsvoorheffing

    Je medewerker kan om verschillende redenen recht hebben op een vermindering van de bedrijfsvoorheffing op zijn loon. Zo hebben bijvoorbeeld kinderen ten laste, eigen bijdragen in een groepsverzekering of gepresteerde overuren een positieve impact. Je medewerker ziet de bedrijfsvoorheffing op zijn brutoloon dalen, waardoor hij netto meer overhoudt.

  2. Vrijstelling van doorstorten van bedrijfsvoorheffing

    Onder bepaalde voorwaarden mag je als werkgever de bedrijfsvoorheffing gedeeltelijk of volledig houden. Je hoeft dit deel niet door te storten aan de fiscus. In tegenstelling tot een echte vrijstelling is dit dus een voordeel voor jou als werkgever. Een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing heeft met andere woorden geen invloed op het nettoloon van je werknemer.

Berekening bedrijfsvoorheffing Je sociaal secretariaat berekent de bedrijfsvoorheffing (drie)maandelijks en zorgt voor de doorstorting aan de fiscus. Verschillende factoren, zoals onder meer de hoogte van het loon en de gezinstoestand van je werknemer bepalen hoe hoog deze bedrijfsvoorheffing precies ligt.

Wie heeft recht op een vrijstelling bedrijfsvoorheffing?

Als werkgever kan je recht hebben op verschillende vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.

Nacht- en ploegenarbeid

Verrichten je medewerkers nacht- of ploegenarbeid en ontvangen ze een ploegenpremie, dan kan je onder bepaalde voorwaarden genieten van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Deze vrijstelling bedraagt 22,8% van de belastbare bezoldigingen (25% bij een volcontinu arbeidssysteem). Bijkomende voorwaarde is dat de betrokken werknemers minstens één derde van hun arbeidstijd in ploegen of ’s nachts werken.

Werken in onroerende staat

Sinds 1 januari 2018 bestaat een afzonderlijke regeling voor ondernemingen die werken in onroerende staat verrichten op werven. In 2019 bedraagt de vrijstelling 6% van de belastbare bezoldigingen, in 2020 wordt dit opgetrokken naar 18%.

Bouw kraanman

Investering in een steunzone

Ondernemingen die investeren in een steunzone kunnen onder bepaalde voorwaarden een vrijstelling bekomen om 25% op de door te storten bedrijfsvoorheffing. Aan de toekenning van deze vrijstelling is een specifieke aanvraagprocedure verbonden.

=> Download hier het aanvraagformulier

Je mag dit voordeel twee jaar lang toepassen voor elke nieuwe arbeidsplaats die je via je investering in een steunzone creëert. Extra voorwaarde is dat de bijkomende tewerkstelling ten minste drie jaar (voor kleine en middelgrote ondernemingen) of vijf jaar (voor grote ondernemingen) behouden moet blijven.

Onderzoek en ontwikkeling

Stel je onderzoekers tewerk, dan kan je onder bepaalde voorwaarden een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing op hun lonen genieten. Ook aan deze vrijstelling is een specifieke aanvraagprocedure gekoppeld.

Jonge innoverende ondernemingen (‘Young Innovative Companies’) kunnen de vrijstelling enkel toepassen voor wetenschappelijk personeel en dus niet voor pakweg een administratief bediende of een commercieel medewerker. Andere privéondernemingen kunnen de vrijstelling genieten voor onderzoekers die tewerkgesteld zijn in onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten of -programma's én die een bepaald diploma hebben.

Oorspronkelijk betrof deze vrijstelling enkel doctors en masters, maar sinds 1 januari 2018 is het toepassingsgebied uitgebreid naar bepaalde bachelordiploma’s. De vrijstelling van doorstorting bedraagt 80% van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op het loon van de onderzoekers.

oogonderzoek

Voor bachelors is de vrijstelling voorlopig nog beperkt tot 40%. Vanaf 2020 wordt dat ook 80%. De vrijstelling voor bachelors mag verder niet meer bedragen dan 25% van het bedrag van de normale vrijstelling die je onderneming mag toepassen voor doctors en masters (50% voor kleine ondernemingen). Je kan het voordeel dus enkel toepassen als je dat ook doet voor doctors en/of masters.

De vrijstelling mag je ten slotte slechts in toepassen in verhouding tot de tijd die de personen effectief hebben besteed aan onderzoek of aan onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten of -programma’s.

Startende ondernemingen

Ook als startende onderneming kan je aanspraak maken op een vrijstelling. Staat je onderneming minder dan 48 maanden ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, dan hoef je onder bepaalde voorwaarden 10% (voor kleine ondernemingen) of zelfs 20% (voor micro-ondernemingen) van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing niet doorstorten.

Vrijstelling bedrijfsvoorheffing op overuren: wie heeft er recht op?

Zowel werkgevers als werknemers kunnen onder bepaalde voorwaarden een fiscaal voordeel genieten voor overuren waarvoor een wettelijk overwerktoeslag van 20, 50 of 100% van toepassing is:

  • Voor de werkgevers gaat het om een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing van 41,25% van het brutoloon dat als basis dient voor de berekening van het overloon (32,19% als het gaat over een wettelijke overurentoeslag van 20%).
  • Voor de werknemers gaat het om een echte vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing van 57,75% van het brutoloon dat als grondslag dient voor de berekening van het overloon (66,81% als het gaat over een wettelijke overurentoeslag van 20%).

De vrijstelling is beperkt tot 130 overuren per jaar en per werknemer. Van 1 januari 2019 tot 31 december 2020 wordt deze grens opgetrokken naar 180 overuren.

Overuren bij werken in onroerende staat

In de bouwsector gold ook vroeger al een maximum van 180 overuren per jaar en per werknemer als er een elektronische aanwezigheidsregistratie wasop de werf en als er sprake wasvan werken in onroerende staat. Wordt er geen gebruik gemaakt van een dergelijk registratiesysteem, dan kan de vrijstelling vanaf 1 januari 2019 toch genoten worden voor 180 overuren per jaar per werknemer. Er geldt tijdens deze periode immers een gedoogbeleid.

Overuren in de horecasector

Voor de horeca geldt een maximum van 360 overuren per jaar per werknemer.

Liantis helpt je graag om deze vrijstellingen maximaal te benutten.

Neem contact op