My Liantis

RSI en CANS: van muisarm tot carpaal tunnel syndroom

Spierpijn, hoofdpijn, vervelende tintelingen in vingers of handen,… het zijn pijnklachten veroorzaakt door overbelasting. We noemen ze ook wel ‘repetitive strain injuries’ (RSI) of  ‘complaints of arms, neck and shoulders’ (CANS). Als werkgever kan je preventieve maatregelen nemen en het ziekteverzuim als gevolg van RSI terugdringen.

RSI

Wat zijn RSI en CANS?

‘Repetitive strain injuries’ (RSI) en ‘complaints of arms, neck and shoulders’ (CANS) zijn verzamelnamen voor pijnklachten aan de nek, schouder, bovenrug, arm, elleboog, pols en/of hand ten gevolge van overbelasting. Je kan twee soorten aandoeningen onderscheiden: statische overbelasting en repetitieve overbelasting.

Statische overbelasting is het gevolg van een slechte houding gedurende een aantal uren per dag. Repetitieve overbelasting ontstaat wanneer je steeds dezelfde bewegingen uitvoert en er opnieuw tractie komt op een zelfde pees (bijvoorbeeld een tenniselleboog).

De oorzaak is vaak een combinatie van verschillende risicofactoren: op het werk, in de vrije tijd, persoonsgebonden en psychosociaal. Een arts zal de termen RSI of CANS niet gauw gebruiken, omdat dat de klachten meestal a-specifiek en daarom niet objectief aantoonbaar zijn. Hij of zij zal het eerder hebben over een (pees)ontsteking, slijmbeursontsteking of het carpaal tunnel syndroom.

Wanneer je er niets aan doet, kunnen RSI of CANS uiteindelijk leiden tot arbeidsongeschiktheid. Als uit de risicoanalyse blijkt dat RSI en CANS een risico vormen voor je medewerkers, moet je periodiek  medisch toezicht organiseren bij de arbeidsarts, preventiemaatregelen voorstellen en opnemen in het Globaal Preventieplan en het Jaaractieplan.

Wat zijn de klachten bij RSI en CANS?

  • hinderlijke tintelingen, branderig gevoel in handpalm en vingers (uitgezonderd de pink);
  • pijn in de spieren (soms hevig);
  • hoofdpijn;
  • zwelling;
  • een doof gevoel in de vingers;
  • indruk van gezwollen vingers;
  • krachtverlies, het laten vallen van zwaardere voorwerpen.

De symptomen verergeren geleidelijk en uiteindelijk ervaart iemand continu klachten.

Welke fasen kent RSI en CANS?

  • Lichte klachten na lange tijd werken. De klachten verdwijnen na een korte rustperiode.
  • Klachten na (steeds kortere) tijd werken, die ook na rust (weekend) blijven duren. De klachten dwingen de persoon om het werk af en toe te onderbreken.
  • Continu klachten, aanhoudende prikkelende en zeurende pijn, waardoor de noodzaak ontstaat om te stoppen met werken.

Hoe worden RSI en CANS behandeld?

Om deze klachten op te lossen is het zaak te blijven bewegen voor een goede doorbloeding van de spieren. Eventueel ondersteund door pijnstillers om de pijnklachten die beweging in de weg staan te verminderen. Volledige rust wordt afgeraden.

Daarnaast zal je als werkgever (eventueel met hulp van een preventieadviseur ergonomie)  moeten kijken hoe je de werkomstandigheden kan aanpassen om het herstel positief te beïnvloeden.

Welke preventieve maatregelen kan je nemen als werkgever?

Uiteraard is voorkomen beter dan genezen. Daarom maakt RSI deel uit van de risicoanalyse. De preventiemaatregelen kan je opdelen in twee pijlers:

Organisatie en opleiding

  • Gerichte jobrotatie of taakverbreding invoeren: repeterende werkzaamheden afwisselen met andere minder belastende handelingen.
  • Werkmethodiek of houding aanpassen via analyse door preventieadviseurs ergonomie en opleidingen van je personeel.
  • Werktempo: naast de bovenvermelde variatie de mogelijkheid inlassen om korte pauzes te nemen.

Infrastructuur

  • Aandacht bij zowel ontwerp, inrichting als organisatie van de totale werkpostomgeving;
  • Aankoopbeleid: voorzien in hulpmiddelen, gereedschappen, machines, transportbanden, maar ook ergonomisch advies vragen bij de keuze en het gebruik ervan;
  • Productieproces aanpassen (automatiseren of  half automatiseren) waardoor de werknemers minder repetitieve handelingen uitvoeren;
  • Optimalisatie van de werkplek: bijvoorbeeld werkhoogtes aanpassen of reikafstanden beperken;
  • Voorzie in gepaste werktuigen (bijvoorbeeld een ergonomisch handvat, links- of rechtshandig, zwaartepunt, gewicht);
  • Zorg voor persoonlijke beschermingsmiddelen (bijvoorbeeld schokabsorberende handschoenen);
  • Optimalisatie omgeving (bijvoorbeeld het mijden van tocht, koude, warmte of het plaatsen van aangepaste verlichting);
  • Aanpassen van de kenmerken van een last (bijvoorbeeld gewicht, omvang, handgrepen);
  • Periodiek onderhoud van de arbeidsmiddelen (om bijvoorbeeld het ontstaan van trillingen te vermijden).

 

Wat is een muisarm en hoe voorkom je het?

Een muisarm is een specifieke RSI-klacht. Het is een blessure aan de spieren, pezen en/of zenuwen van vingers, armen, nek, pols en/of schouders als gevolg van overmatig gebruik van de computer(muis).

Ook bij een muisarm variëren de pijnklachten van tintelingen tot een doof gevoel en van spierpijn tot krachtverlies.

Je voorkomt het met een goed ingestelde werkplek. Denk aan de juiste hoogte van je bureau(stoel) en bureautafel, een correcte afstand tot je computerbeeldscherm en plaats van je muis. Een goede zithouding ondersteunt je ledematen en bemoeilijkt je bloedsomloop niet.

Wat is het carpaal tunnel syndroom en hoe voorkom je het?

Het carpaal tunnel syndroom is één van de RSI of overbelastingsletsels. Deze overbelasting heeft in vele gevallen te maken met de werksituatie, maar kan ook (deels) thuis of tijdens hobby’s ontstaan. Psychosociale factoren spelen eveneens een rol in de pijnbeleving.

Het is een combinatie van persoons- en werkgebonden risicofactoren.

Persoonsgebonden risicofactoren voor het carpaal tunnel syndroom zijn:

  • Hormonale schommelingen (zoals bij zwangerschap, menopauze…);
  • Chronische ziektes (diabetes, reuma…);
  • Bepaalde hobby’s (racketsporten, naaien, breien…).

Werkgebonden risicofactoren voor het carpaal tunnel syndroom zijn:

  • Repetitieve handelingen: eenzelfde krachtige handeling  frequent herhalen;
  • Ongunstige houdingen van de pols of arm tijdens beweging (overdreven buiging, overstrekking en draaibewegingen);
  • Leveren van grote manuele krachtinspanningen gedurende een aanzienlijke tijd;
  • Trillingen veroorzaakt door handgereedschap (bijvoorbeeld klop- en drilboor);
  • Werkorganisatie (werkdruk, werktempo, hersteltijden...);
  • Omgevingsfactoren (tocht, koude, vochtigheid).

Ergonomisch werken is cruciaal voor de gezondheid van je werknemers. Kom te weten wat Liantis voor jouw organisatie kan betekenen!

Lees meer