My Liantis

Temperatuur op de werkvloer

Het weer heb je als werkgever niet in de hand. Je werkplek kan door de weersomstandigheden te warm of te koud worden en dat houdt specifieke risico’s in voor je medewerkers. Welke maatregelen kan je daarvoor nemen?

Te warm op de werkvloer: hittestress

Thermische omgevingsfactoren vormen mogelijk een risico voor je medewerkers. Als de temperatuur te hoog is, kunnen zij bijvoorbeeld bevangen raken door de hitte met alle gevolgen van dien.

We onderscheiden vier factoren die de thermische belasting van een mens bepalen:

  • De thermische omgeving: luchttemperatuur, stralingstemperatuur, relatieve luchtvochtigheid, luchtsnelheid.
  • De kledij en de kledingisolatie (uitgedrukt in clo). De mate van isolatie en doorlaatbaarheid voor vocht bepalen de thermische belasting.
  • De mate van werkbelasting en de impact van het eigen metabolisme.
  • De mate waarin de persoon aangepast is aan de hitte (acclimatisatiegraad).

Je bent als werkgever verplicht een risicoanalyse uit te voeren van de thermische omgevingsfactoren van technologische en klimatologische aard. Daarbij moet je met allerlei factoren rekening houden. Uit de resultaten van deze risicoanalyse stel je een actieplan op dat je uitvoert als het te warm wordt voor je medewerkers.

Welke maatregelen kan ik als werkgever nemen?

Je kan in de eerste plaats technische maatregelen nemen die inspelen op de temperatuur, de luchtvochtigheid, de thermische straling of de luchtstroomsnelheid. Denk maar aan:

  • Kunstmatige ventilatie.
  • Maatregelen om de warmteaanbreng van buiten (bijvoorbeeld door zonnestraling) te verminderen.
  • Het opvangen of afzuigen van vochtige warme dampen of gassen, bijvoorbeeld van baden.
  • Het plaatsen van reflecterende schermen in geval van overmatige warmte door stralingen.
  • Het isoleren van warmtebronnen zoals ovens, branders of stoomleidingen. Het blijft echter niet bij technische ingrepen.

Andere mogelijke maatregelen zijn:

  • De fysieke belasting verlagen of overschakelen naar alternatieve werkmethodes.
  • De duur van de blootstelling aanpassen door het invoeren van rusttijden.
  • De planning van de werken aanpassen aan de seizoenen (zwaarder werk ´s winters).
  • Het uurrooster aanpassen, bijvoorbeeld ´s zomers vroeger starten.
  • Beschermende kledij verschaffen.
  • Gepaste verfrissende dranken kosteloos ter beschikking stellen.

Het moment van ingrijpen hangt af van het soort werk en van de overschrijding van de drempelwaarde van de WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature). Deze index geeft een drempelwaarde weer per type werk (van zeer licht tot zeer zwaar werk). De preventieadviseur kan inschatten welke kwalificatie bij welk soort werk hoort.

Voorbeeld de kantoorjob van Finn geldt als ‘zeer licht werk’. Zijn werkgever neemt hittemaatregelen als in de WBGT-index drempelwaarde ‘29’ wordt overschreden. Zijn collega Myriam die in de productie staand aan de band werkt, verricht halfzwaar werk. Daar geldt drempelwaarde ‘26’ voor het nemen van maatregelen.

Te koud op de werkvloer

Ook lage temperaturen vormen een risico voor je medewerkers. De risicoanalyse voor thermische omgevingsfactoren moet uitwijzen welke risico’s specifiek voor jouw organisatie gelden.

Wanneer medewerkers langdurig in de kou werken, kunnen zij last krijgen van symptomen als:

  • Ongemak, kippenvel, rillingen, beven, klappertanden
  • Winterhanden en wintervoeten
  • Pijnlijke gewaarwordingen in de blootgestelde lichaamsdelen, handen, voeten, gelaat, neus en oren
  • Bevriezing en vrieswonden
  • Onderkoeling
  • Syndroom van Raynaud: pijnlijke witte vingers door vernauwing van de bloedvaatjes
  • Aandoeningen van spieren en gewrichten op lange termijn

Welke maatregelen kan ik als werkgever nemen?

Als werkgever moet je technische en organisatorische maatregelen nemen wanneer de actiewaarden voor koude kunnen overschreden worden.

Zo moet je voorzien in een reeks van alternatieve oplossingen die het werk ‘herplannen’:

  • Buitenwerk waar mogelijk buiten de winterperiode plannen.
  • Voorbereidend werk zo veel mogelijk in een verwarmd lokaal of atelier uitvoeren.
  • Voldoende verwarmde sociale voorzieningen en regelmatige pauzes in verwarmde lokalen voorzien.

Daarnaast brengen een aantal hulpmiddelen soelaas:

  • Voorzie in handschoenen, warme laarzen/schoenen en warme helmen/mutsen.
  • Stel gratis warme dranken (soep, thee, koffie, chocolademelk,…) ter beschikking.
  • De refter moet voorzien zijn van een opwarmtoestel voor eten en drinken.

Net als bij warm weer moet je ook een reeks van technische ingrepen doorvoeren:

  • Blootstelling aan wind en tocht beperken door schermen of zeilen te voorzien.
  • Werfvoertuigen voorzien van een cabine met deuren en een goede verwarming.
  • Ervoor zorgen dat de werktuigen gemakkelijk met handschoenen kunnen gebruikt worden.

Geef tot slot extra aandacht aan kwetsbare medewerkers: personen met een slechte fysieke conditie, chronische ademhalingsaandoeningen, hartproblemen, diabetes, oudere werknemers...

Vanaf wanneer moet ik deze maatregelen toepassen?

Voor koud weer gelden wettelijke actietemperaturen in functie van de zwaarte van het werk. De luchttemperatuur gemeten met een gewone thermometer mag niet lager zijn dan:

  • 18°C voor zeer licht werk bv. administratief werk, lezen, tekenen
  • 16°C voor licht werk bv. zittend werk met lichte handenarbeid, naaien, strijken, licht huishoudelijk werk
  • 14°C voor halfzwaar werk bv. schilderwerk, schrijnwerk
  • 12°C voor zwaar werk bv. metselwerk, zware metaalbewerking
  • 10°C voor zeer zwaar werk bv. graven, spitten, verhandelen van zware materialen

De vermelde actiewaarden zijn in feite comfortgrenzen. Het is duidelijk dat de temperaturen in koel- en vriesruimten beduidend lager zijn. Bij dergelijke lage temperaturen is gezondheidsschade mogelijk. Bij de beoordeling van koude temperaturen moet je ook rekening houden met de luchtsnelheid en de relatieve luchtvochtigheid.

Thermische omgevingsfactoren: thermisch welbevinden

Een kantooromgeving is vaak vatbaar voor klachten over de temperatuur. Waar de ene persoon het te warm vindt, is het voor de andere persoon te koud. Het aangenaam ervaren van de thermisch omgeving – het klimaatcomfort – is voor iedereen anders. Daarom zal in een open landscape bureau ook nooit iedereen volledig tevreden zijn met het klimaat. Onderzoek duidt echter een grens aan. Als meer dan 10% van de mensen in de omgeving klachten ervaart, dan is het tijd voor technische of organisatorische oplossingen om het welbevinden te verhogen.

Welke maatregelen kan ik als werkgever nemen?

Bij klachten rond klimaatcomfort op het werk kan je als werkgever aan de slag met een klimaatstudie. Op die manier kan je een inschatting maken met een objectieve weergave van meetwaarden. Daarnaast kan je als werkgever rekening houden met enkele tips bij de (ver)bouw(ing) van een kantoor.

  • Voorzie een manier waarop de medewerkers de temperatuur zelf kunnen bijregelen.
  • Vermijd directe zonne-instraling door (eventueel automatische) zonnewering.
  • Zorg voor voldoende ventilatie van de ruimtes. Overweeg actieve ventilatie in ruimtes met frequente of hoge bezetting.
  • Voorzie ramen die te openen zijn. Veel werknemers ervaren het positief als ze de mogelijkheid krijgen een raam te openen.
  • Houd rekening met de oriëntatie van je gebouw en mogelijke temperatuurverschillen tussen noord en zuid.
  • Een koude vloer geeft vaak een koud gevoel. Dit kan je verhelpen met goede vloerisolatie, vloerverwarming, tapijt of voetsteunen.
  • Let op voor tocht via openstaande deuren, doorgangen, slechte dichtingen of isolatie...
  • De aanwezigheid van planten heeft een positieve impact op de omgeving en op de ervaring ervan bij de werknemers.

Vanaf wanneer moet ik deze maatregelen toepassen?

Als maat voor de luchtverversing in kantoren bestaat een wettelijke actiewaarde en grenswaarde voor de CO2-concentratie van 800 en 1200 ppm.

Ook als de omgeving voorzien is van geforceerde luchtverversing moet je rekening houden met wettelijke actie- en grenswaarden voor de relatieve vochtigheid. De relatieve vochtigheid moet dan binnen de grenzen van 40% en 60% vallen of mits technisch niet haalbaar tussen 35% en 70%. Voor andere parameters kan je referentiewaarden terugvinden in normen die dienen als code van goede praktijken.

Wat kan Liantis voor je doen?

De concreet te nemen preventiemaatregelen met het oog op de bescherming van werknemers die in hoge of lage temperaturen moeten werken, moet je steeds in overleg met de bevoegde preventieadviseur nemen. Liantis kan je hierin bijstaan. Voor een risicoanalyse van thermische omgevingsfactoren en bijhorende metingen, kan je een beroep doen op onze experts van de afdeling risicobeheersing.