My Liantis

Overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Hoe hard je ook werkt en hoe goed je het ook aanpakt, zoals elke zelfstandige kan ook jij brute pech hebben. Als je door omstandigheden je zelfstandige activiteit moet stopzetten, kan je gebruik maken van je overbruggingsrecht.

Wat is het overbruggingsrecht?

Stel dat je door omstandigheden je activiteit een tijdlang of misschien zelfs definitief moet stopzetten. Dan kan je gebruik maken van je overbruggingsrecht. Om die moeilijke periode te overbruggen, kan je tot 12 maanden lang een financiële uitkering ontvangen. Je hoeft intussen geen sociale bijdragen te betalen, maar behoudt wel een aantal sociale rechten.

overbruggingsrecht

Voorwaarden voor overbruggingsrecht

Om aanspraak te maken op het overbruggingsrecht, moet je aan zes algemene voorwaarden voldoen:

  1. Je hebt je hoofdverblijfplaats in België.
  2. Je was zelfstandige in hoofdberoep of meewerkende echtgenoot (maxistatuut) gedurende het kwartaal waarin het feit zich voordeed én minstens de drie daaraan voorafgaande kwartalen.
  3. Je was tijdens diezelfde kwartalen sociale bijdragen verschuldigd.
  4. Je hebt minstens vier kwartaalbijdragen betaald in de loop van de voorafgaande zestien kwartalen (het gaat hier om effectief betaalde bijdragen, vrij- of gelijkgestelde kwartalen tellen niet mee).
  5. Je hebt geen enkele beroepsactiviteit meer.
  6. Je bent jonger dan 65 jaar en kan geen aanspraak maken op een vervangingsinkomen (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioen …).

Wanneer is het overbruggingsrecht van toepassing?

Er zijn vier mogelijke situaties waarin je een beroep mag doen op je overbruggingsrecht: faillissement, collectieve schuldenregeling, gedwongen onderbreking en economische moeilijkheden. Voor elk van deze situaties gelden bijkomende voorwaarden, bovenop de algemene voorwaarden.

Faillissement

Als je door een persoonlijk faillissement of door het faillissement van je vennootschap gedwongen bent je zelfstandige activiteit stop te zetten, kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht. Was je in je vennootschap zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot, dan is de voorwaarde dat je die functie nog uitoefende op het moment van het faillissement.

Stel dat je een maand vooraf ontslag hebt genomen, dan kan je geen beroep doen op het overbruggingsrecht. Was je meewerkende echtgenoot of helper, dan kan je in het geval van een faillissement geen beroep doen op het overbruggingsrecht.

Collectieve schuldenregeling

Als je binnen de drie jaar na een collectieve schuldenregeling je zelfstandige activiteiten hebt stopgezet, kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht. De periode van drie jaar keert terug vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal dat je bent gestopt.

Gedwongen onderbreking

Als je door externe omstandigheden minstens één kalendermaand lang of definitief je activiteit moet stopzetten, kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht. Over welke omstandigheden het gaat, is duidelijk afgelijnd: brand, een natuurramp, vernieling door een derde of allergie veroorzaakt door het uitoefenen van je beroep.

Economische moeilijkheden

Als je door economische moeilijkheden je activiteit officieel moet stopzetten, kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht. Hiervoor moet je aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

  • Je ontvangt op het ogenblik van de stopzetting een leefloon en kan dit bewijzen met een attest van het OCMW.
  • De Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen heeft je vrijgesteld van sociale bijdragen in de periode van 12 maanden die voorafgaat aan de maand van je stopzetting.
  • In het jaar van de stopzetting én het jaar daarvoor was je loon lager dan 13.847,39 euro als zelfstandige of helper, of lager dan 6.083,16 euro als meewerkende echtgenoot. Let wel: er gelden extra voorwaarden voor helpers, meewerkende echtgenoten en zelfstandigen die actief zijn in een vennootschap:
    • Als helper of meewerkende echtgenoot kom je enkel in aanmerking indien ook het inkomen van de hoofdzelfstandige die je bijstaat de minimumdrempel niet overschrijdt.
    • Was je op het moment van de stopzetting zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot, dan moet er op dat moment een procedure tot ontbinding en vereffening opgestart zijn én mag die vereffening je geen voordeel opleveren dat hoger is dan het dubbele van de minimumdrempel voor een hoofdberoep (27.694,78 euro in 2019).

Een aanvullende voorwaarde is dat je een minimum aantal kwartalen kan aantonen waarvoor je pensioenrechten hebt opgebouwd. Hoe meer kwartalen je kan aantonen, hoe langer je een beroep kan doen op het overbruggingsrecht:

# kwartalen pensioenrecht

# kwartalen overbruggingsrecht

Minder dan 8

Geen recht

Tussen 8 en 20

1

Tussen 20 en 60

2

Meer dan 60

4

Waar heb je recht op?

Het overbruggingsrecht bestaat uit twee delen: een uitkering en een vrijstelling.

  • Een uitkering: maximaal twaalf maanden lang ontvang je een financiële uitkering. Hoeveel dat precies is, hangt van je gezinssituatie af:
    • Zonder gezinslast: 1.253,83 euro per maand
    • Met gezinslast: 1.566,79 euro per maand
  • Een vrijstelling: maximaal vier kwartalen lang hoef je geen sociale bijdragen te betalen, maar behoud je toch je rechten op medische verzorging, gezinsbijslag en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Tijdens het overbruggingsrecht bouw je geen pensioenrechten op.

Hoe vraag je het overbruggingsrecht aan?

Als je in aanmerking komt voor een overbruggingsrecht, kan je dit per e-mail aanvragen via overbruggingsrecht@liantis.be. Wacht daarvoor niet te lang, want je aanvraag moet binnen zijn vóór het einde van het tweede kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het vonnis van faillietverklaring, het begin van de gedwongen onderbreking of de stopzettingsdatum zich heeft voorgedaan.

Heb je recht op overbruggingsrecht als zelfstandige? Lees er meer over in onze gratis startersgids!

Download de startersgids!