My Liantis

Jaarlijkse vennootschapsbijdrage: dit moet je weten

Vennootschappen moeten in de regel een jaarlijkse vennootschapsbijdrage betalen. Hoeveel die bedraagt, hangt af van het balanstotaal van je vennootschap. Soms heeft je vennootschap recht op een vrijstelling.

vennootschapsbijdrage

Wat is de jaarlijkse vennootschapsbijdrage?

De jaarlijkse vennootschapsbijdrage is een verplichte bijdrage waarmee je zelf geen rechten opbouwt. De bijdrage dient om bijvoorbeeld de pensioenen of uitkeringen in het kader van de ziekteverzekering (moederschapsrust, arbeidsongeschiktheid …) van alle zelfstandigen te financieren.

Wie moet de jaarlijkse vennootschapsbijdrage betalen?

Als je vennootschap onderworpen is aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting van niet-verblijfhouders (buitenlandse vennootschappen die zich in België vestigen), moet je ze aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en is zij in principe een bijdrage verschuldigd.

Goed om weten: als mandataris of werkend vennoot van een vennootschap ben je mee verantwoordelijk voor de betaling van deze bijdrage. Dit betekent dat als de vennootschap deze bijdrage niet betaalt, het sociaal verzekeringsfonds jou hiervoor persoonlijk kan aanspreken.

 Hoeveel bedraagt de vennootschapsbijdrage?

Een startende vennootschap betaalt de eerste twee jaren van onderwerping een vennootschapsbijdrage van 347,5 euro. Nadien hangt de bijdrage af van het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar.

Bijdrage Balanstotaal
347,50 euro Kleiner of gelijk aan 700.247,09 euro
868 euro Groter dan 700.247,09 euro

Bestaande vennootschappen en vennootschappen opgericht vóór 1 april van het bijdragejaar, moeten de bijdrage voor 30 juni betalen. Als je jouw vennootschap hebt opgericht na 31 maart, moet je de eerste bijdrage betalen uiterlijk op de laatste dag van de derde maand die volgt op de oprichting van de vennootschap. Bij laattijdige betaling wordt een maandelijkse wettelijke verhoging van 1% aangerekend.

Vrijstelling vennootschapsbijdrage: kan dat?

Ja, een vrijstelling is mogelijk in de volgende gevallen:

  • De eerste drie jaar vanaf het jaar van oprichting is je startende vennootschap geen bijdrage verschuldigd als het om een personenvennootschap gaat (alle vennootschappen worden in deze context als personenvennootschappen beschouwd, met uitzondering van de naamloze vennootschap en de commanditaire vennootschap op aandelen) die ingeschreven staat in de KBO en indien alle mandatarissen en een meerderheid van de werkende vennoten die geen mandataris zijn, maximaal drie jaar zelfstandige waren gedurende de tien jaar onmiddellijk voorafgaand aan de oprichting van de vennootschap.
Voorbeeld Jean-Pierre heeft zijn besloten vennootschap op 5 mei 2019 opgericht. Hij is de enige zaakvoerder en heeft geen werkende vennoten. Voorheen was hij geen zelfstandige. Voor 2019 kan zijn bv een vrijstelling genieten. In 2020 stapt ook Karel in de vennootschap. Hij was al ruim tien jaar zelfstandig. Daardoor kan de bv voor 2020 geen vrijstelling meer bekomen.
  • Je vennootschap wordt als 'slapend' beschouwd wanneer zij geen burgerlijke of handelsactiviteiten stelt. Je kan een vrijstelling bekomen aan de hand van een attest (een zogenaamd attest 276C1), afgeleverd door de administratie van de directe belastingen. Daarin verklaart de administratie dat de vennootschap gedurende een bepaald kalenderjaar geen enkele activiteit heeft gehad. Zo'n attest kan maar afgeleverd worden na afloop van het betrokken jaar.
  • Een vrijstelling kan ook voor het jaar waarin je vennootschap 
    • failliet verklaard wordt;
    • het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke reorganisatie;
    • of zich in een toestand van vereffening bevindt.

Wat is de vennootschapsbijdrage en wie moet ze betalen? Lees onze Startersgids voor meer informatie!

Lees de startersgids