My Liantis

Verloning personeel 19 september 2019

Speciale regelingen sporters: welke loongrens?

Sportbeoefenaars kennen zowel op arbeidsrechtelijk gebied als op het vlak van de sociale zekerheid een speciale regeling. Deze twee regelingen zijn afhankelijk van een specifieke loongrens.

Arbeidsrecht

Voor sporters geldt, naast de Arbeidsovereenkomstenwet, nog een specifieke wet die een aantal afwijkingen en aanvullingen voor hen vastlegt.

Om onder deze wet te vallen, moeten de sportbeoefenaars een bepaald jaarloon verdienen. Dit jaarbedrag ligt voor de periode van 1 juli 2019 tot 30 juni 2020 vast op 10.612 euro. Van begin juli 2018 tot eind juni 2019 gold een lagere grens (10.200 euro).

Sociale Zekerheid

Betaalde sportbeoefenaars die meer verdienen dan de jaarloongrens moeten dit - al dan niet via hun boekhouder of accountant - aangeven bij de RSZ. Anders is een aangifte enkel verplicht als je verbonden bent door een arbeidsovereenkomst.

Voor alle sportbeoefenaars die een aangifte doen bij de RSZ, berekent het instituut de socialezekerheidsbijdragen op een forfaitair bedrag als het brutomaandloon minstens een bepaald bedrag bereikt. Dit forfaitair bedrag bedraagt sinds 1 september 2019 2.352,21 euro.

In een notendop

  • Het brutomaandloon van de sportbeoefenaar bedraagt minstens 2.352,21 euro: de RSZ berekent de bijdragen op dit bedrag;

  • Het brutomaandloon van de sportbeoefenaar bedraagt minder dan 2.352,21 euro: de RSZ berekent de bijdragen op het werkelijke loon.

Uitzondering: trainers en scheidsrechters

De RSZ berekent de bijdragen voor trainers in het voetbal, basketbal, volleybal en wielrennen, die nochtans ook onder de specifieke Arbeidsovereenkomstenwet voor sportbeoefenaars vallen, altijd op het werkelijke loon. Het bedrag van het brutomaandloon speelt dus geen rol. Hetzelfde geldt voor voetbal- en basketbalscheidsrechters.