My Liantis

Personeelsbeleid 21 december 2020

Nood aan helpende handen? Dit zijn de mogelijkheden van tijdelijke tewerkstelling

Ook voor deze tweede golf van de coronacrisis voorzag de federale overheid op 6 november 2020 een aantal steunmaatregelen, specifiek gericht op de nood aan extra hulp in het onderwijs en de zorgsector en in de centra belast met contactopsporing. Voor de private zorgsector gaat het om organisaties die behoren tot:
• PC 318 voor de gezins- en bejaardenhulp;
• PC 319 voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten;
• PC 330 voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten;
• PC 331 voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector;
• PC 332 voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector.
De versoepeling in de studententewerkstelling staat al enige tijd vast. De inhoud van de overige maatregelen is, met de goedkeuring in de Kamer, sinds 17 december 2020 definitief. Dit zijn de mogelijkheden.

Studentenarbeid

Wil je een beroep doen op jobstudenten, weet dan dat hun gepresteerde uren in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 niet meetellen in het zogenaamde contingent. Dat omvat de 475 uur per jaar waarvoor niet de normale sociale bijdragen moeten worden betaald, maar wel lagere solidariteitsbijdragen. Op die manier kunnen studenten dit jaar en alvast ook al begin volgend jaar meer voordelige uren studentenarbeid verrichten.

Goedkope overuren

Medewerkers in de essentiële sectoren mogen in het vierde kwartaal 2020 én in het eerste kwartaal 2021, 120 bijkomende vrijwillige overuren presteren. Voor die bijkomende overuren is er uitzonderlijk geen toeslag verschuldigd en het loon van die overuren is vrij van (para)fiscale lasten, waardoor bruto gelijk is aan netto.

Let wel: voor het 4de kwartaal gaat dit om een verlenging van de maatregel die ook in het tweede kwartaal 2020 van toepassing was. Dat betekent dat de extra vrijwillige overuren (van het bijkomende contingent van 120 uur) die werden gepresteerd in het 2de kwartaal worden afgetrokken van de 120 extra vrijwillige overuren die in het 4de kwartaal 2020 kunnen worden gepresteerd. Voor het 1ste kwartaal 2021 gaat het om een nieuw bijkomend contingent van 120 goedkope overuren.

De betrokken medewerker moet wel zijn akkoord geven om vrijwillige overuren te presteren. Hij ondertekent een schriftelijke verklaring die zijn bereidwilligheid bevestigt. Zelfs met vrijwillige overuren kan er niet meer dan 11 uur/dag en 50 uur/week worden gepresteerd.

Ook organisaties uit de zorgsector met een flexibiliteitssysteem kunnen gebruikmaken van de vrijwillige goedkope overuren.

De sectorale flexibiliteit laat toe om – op basis van uurroosters opgenomen in het arbeidsreglement – méér uren per dag en per week te laten presteren. Dat met een maximum van 11 uur/dag en 50 uur/week. Voor prestaties overdag kan die grens van 50 uur/week worden overschreden, mits recuperatie binnen de vier weken. Die extra prestaties (= flexuren) worden dan gerecupereerd binnen een periode van dertien weken. Er wordt daarom een schema van uurroosters opgemaakt om in een periode van dertien weken aan de gemiddelde arbeidsduur te komen. Het toepasselijk uurrooster wordt minstens een week op voorhand bekendgemaakt aan de werknemers.

Als men toch bijkomend moet presteren, boven op de uren van het bekendgemaakt uurrooster, zijn dat overuren, voor zover er meer dan 9 uur/dag of meer dan 38-40 uur/week werden gepresteerd.

In dat geval kan dus een beroep worden gedaan op het systeem van vrijwillige overuren voor zover :

  • de werknemer een document heeft ondertekend dat hij bereid is vrijwillige overuren te presteren;
  • hiermee ook niet meer dan 11 uur/dag en 50 uur/week werd gepresteerd.

Is de werknemer niet bereid bijkomende uren te presteren (weigert hij zo’n document te ondertekenen), dan kan de werkgever de werknemer toch opleggen om in deze coronatijd overuren te presteren wegens ‘voorgekomen of dreigend ongeval’.

Ook de daggrens van 11 uur/dag en de weekgrens van 50 uur/dag kan in de zorgsector worden overschreden, maar deze uren zijn dan geen vrijwillige overuren, maar overuren wegens ‘voorgekomen of dreigend ongeval’.

Het kostenplaatje voor de organisatie is fundamenteel anders afhankelijk van om welk soort overuren het gaat:

Vrijwillige overuren corona

Overuren wegens voorgekomen of dreigend ongeval 

Max. 120 in het tweede en vierde kwartaal 2020 én eerste kwartaal 2021 samen.  

Onbeperkt

Max. 11 uur/dag en 50 uur/week 

Geen maximumgrenzen

Uit te betalen aan 100% - geen overloontoeslag

Uit te betalen aan 150% of 200 % (op zon- en feestdagen)

Geen inhaalrust 

Geen inhaalrust

Vrijgesteld van RSZ en BV 

RSZ en BV-onderworpen

Voorbeeld:

 

maandag

dinsdag 

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

Zondag

Bekendgemaakt uurrooster

10 uur

10 uur

10 uur

10 uur

0 uur 

0 uur

0 uur

Gepresteerde uren 

10 uur

10 uur

10 uur

10 uur

10 uur

10 uur

10 uur

Verloning:

  • De tien uren op maandag t.e.m. donderdag zijn gewoon gepresteerd in het uurrooster, waarvan een deel flexuren zijn:
    • Vb. 7,6 uur prestaties en 2,4 uur gepresteerde flexuren.
  • Op vrijdag kunnen dit tien vrijwillige overuren zijn (mits de werknemer het document ondertekend heeft): de 50-urengrens is nog niet overschreden:
    • Dus uit te betalen aan het gewone loon aan 100%, vrij van RSZ-bijdragen en belastingen (bruto = netto).
  • Op zaterdag en zondag zijn dit overuren wegens voorgekomen/dreigend ongeval (want boven de 50 uur/week):
    • De 10 uren op zaterdag worden uitbetaald aan 150% met RSZ en BV.
    • De 10 uren op zondag worden uitbetaald aan 200% met RSZ en BV.

Terbeschikkingstelling van personeel

De overheid versoepelt tijdelijk de bestaande strenge voorwaarden, waardoor een werkgever gemakkelijker zijn personeel ter beschikking kan stellen van een gebruiker die behoort tot de essentiële sectoren. Ook dit is een maatregel die in het tweede kwartaal 2020 van kracht was.

Van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 heeft de gebruiker het unaniem akkoord van zijn vakbondsafvaardiging – of dat van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in het paritair comité bij afwezigheid van of onenigheid in de vakbondsafvaardiging – niet nodig. Ook voor de werkgever-uitlener valt de voorafgaande toestemming van Toezicht op de Sociale Wetten weg.

De overige voorwaarden blijven wel van toepassing:

  • werkgever, werknemer én gebruiker sluiten vooraf een schriftelijke overeenkomst over de voorwaarden en de duur van terbeschikkingstelling;
  • de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en werknemer blijft bestaan, maar de gebruiker is samen met de werkgever aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen, lonen en vergoedingen aan de werknemer;
  • de verloning van de uitgeleende werknemer mag niet lager liggen dan die van de werknemers van de gebruiker met dezelfde functie;
  • de gebruiker staat in voor de toepassing van de regels inzake arbeidsreglementering en arbeidsbescherming die gelden op de plaats van het werk.

Zoals gebruikelijk kan de werkgever enkel vaste personeelsleden ter beschikking stellen. In het kader van deze versoepeling geldt de bijkomende voorwaarde dat de uitgeleende werknemer al vóór 1 oktober 2020 in dienst moet zijn van de werkgever-uitlener.

Daarnaast sloten de zorg-, welzijns- en socioculturele sectoren van het Vlaams Gewest, net zoals in het voorjaar, een nieuw kaderakkoord over het onderling uitlenen van personeel, ditmaal geldig tot 31 maart 2021. Meer informatie hierover is beschikbaar op www.verso.be.

Opeenvolgende contracten van bepaalde duur voor tijdelijk werklozen

Opeenvolgende contracten voor bepaalde duur zijn slechts onder bepaalde voorwaarden toegelaten. Als deze voorwaarden niet vervuld zijn, worden ze als een contract voor onbepaalde duur aangemerkt.

Het wordt nu mogelijk om in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 opeenvolgende contracten voor bepaalde duur af te sluiten met werknemers in tijdelijke werkloosheid, zonder dat de bekende voorwaarden vervuld moeten zijn.

De enige voorwaarden zijn dat elk contract voor bepaalde duur minstens zeven dagen beslaat en dat de tijdelijk werkloze de contracten aangaat bij een andere werkgever dan de werkgever bij wie hij tijdelijk werkloos is gesteld.

De tijdelijk werkloze kan de overeenkomst van bepaalde duur te allen tijde beëindigen zonder opzeg.

Ook dat is een heropname van de maatregel die in het tweede kwartaal 2020 van kracht was.

Tijdelijke tewerkstelling van werknemers in tijdskrediet of thematisch verlof

Heb je werknemers in tijdskrediet of thematisch verlof (zoals bv. ouderschapsverlof) en zijn zij bereid om een extra hand toe te steken, dan kunnen zij tussen 1 oktober 2020 en 31 maart 2021 hun loopbaanonderbreking of -vermindering tijdelijk laten schorsen. De werknemer brengt de RVA daarvan schriftelijk op de hoogte. Zolang het tijdskrediet of het thematisch verlof geschorst is, ontvangt je werknemer geen RVA-uitkering. Na de tijdelijke schorsing wordt het tijdskrediet of thematisch verlof onder dezelfde voorwaarden hernomen voor de resterende duur. Een nieuwe aanvraag is niet nodig.

Daarnaast kan iedere andere werknemer die in tijdskrediet of thematisch verlof is, op vrijwillige basis in jouw organisatie aan de slag mét behoud van 75% van zijn uitkering. Er moet een schriftelijke arbeidsovereenkomst aangegaan worden met uiterste einddatum 31 maart 2021. De werknemer brengt de RVA daarvan schriftelijk op de hoogte.

Tijdelijke tewerkstelling van werknemers in SWT of tijdelijke werkloosheid

Ook iedere werknemer in tijdelijke werkloosheid of in een stelstel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (= SWT, vervangt het brugpensioenstelsel) kan tijdelijk aan de slag in de zorgsector, met behoud van 75% van zijn uitkering.

Voor een SWT’er kan dat ook om een werkhervatting bij zijn vroegere werkgever gaan. Heb jij dus werknemers die in het SWT-stelsel zitten en die bereid zijn om tijdelijk het werk te hervatten, dan kan dat zonder nadelige gevolgen voor de betrokken werknemers. Integendeel, naast de vergoeding voor de prestaties, wordt de aanvullende vergoeding SWT doorbetaald, zijn daar geen sociale bijdragen op verschuldigd en er geldt een fiscale vrijstelling. Ook deze maatregel geldt van 1 oktober tot en met 31 maart 2021.

Vrijwilligerswerk

In de non-profitsector kan je ook een beroep doen op vrijwilligers.

De overheid verhoogde het plafond van de onkostenvergoedingen voor vrijwilligers in 2020 tot 2.549 euro. Ook voor het eerste kwartaal van 2021 zal er een hoger plafond gelden, maar het nieuwe geïndexeerde bedrag is nog niet bekend.  

Daarnaast maakte de overheid het ook voor commerciële woonzorgcentra mogelijk om vrijwilligers in te schakelen. Dat was al mogelijk tijdens de periode van 1 mei tot 31 augustus 2020. Door de tweede coronagolf is de maatregel verlengd tot 31 maart 2021.

Overdracht verlofdagen

Tot slot besliste de federale minister van Werk, Pierre-Yves Dermagne, dat het wettelijk verlof dat in 2020 door de coronadrukte niet kon worden opgenomen, uitzonderlijk mag worden overgedragen naar 2021. Dat geldt enkel voor werknemers met een zorgberoep en werkgever én werknemer moeten ermee akkoord gaan. De voorwaarden voor de overdracht kunnen op lokaal niveau nog verder worden aangepast.

Een andere optie is om de niet opgenomen jaarlijkse vakantiedagen uit te betalen. In dat geval zijn er wel sociale bijdragen op verschuldigd.

Ook extralegaal verlof en VAP-dagen kunnen in onderling overleg worden overgedragen naar 2021.