My Liantis

Personeelsbeleid 05 juli 2021

Nood aan helpende handen in de zorg? Dit zijn de mogelijkheden van tijdelijke tewerkstelling

In april kondigde de premier aan dat een aantal steunmaatregelen, specifiek gericht op de nood aan extra hulp in de zorgsector, verlengd zouden worden tot 30 september 2021. Onlangs werd het wetsvoorstel dat concrete vorm moet geven aan deze beslissing, ingediend in de Kamer. Hierbij een overzicht van de maatregelen die ook vanaf 1 juli tot eind september  kunnen worden genomen. Onder voorbehoud dat ze worden goedgekeurd in het Parlement.

Zorgsector

Voor de private zorgsector gaat het om organisaties die behoren tot:

  •  PC 318 voor de gezins- en bejaardenhulp;
  •  PC 319 voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten;
  • PC 330 voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten;
  • PC 331 voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector;
  • PC 332 voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector.

Ook de organisaties belast met het runnen van de vaccinatiecentra behoren tot de zorgsector. Daarnaast gelden onderstaande maatregelen ook voor de centra belast met contactopsporing en voor het onderwijs.  

Studentenarbeid

Wil je een beroep doen op jobstudenten, weet dan dat hun gepresteerde uren in het derde kwartaal van 2021, net zoals deze gepresteerd in het eerste en tweede kwartaal van 2021, niet meetellen in het zogenaamde contingent. Dat omvat de 475 uur per jaar waarvoor niet de normale sociale bijdragen moeten worden betaald, maar wel lagere solidariteitsbijdragen. Op die manier kunnen studenten meer voordelige uren studentenarbeid verrichten. In het derde kwartaal 2021 is deze gunstmaatregel bovendien niet beperkt tot de zorg- en onderwijssector, maar geldt hij voor de tewerkstelling bij om het even welke werkgever. 

Goedkope overuren

Medewerkers in de cruciale sectoren mogen in het eerste, tweede en derde kwartaal van 2021 samen, maximaal 120 bijkomende vrijwillige overuren presteren. Voor die bijkomende overuren is er uitzonderlijk geen toeslag verschuldigd en het loon van die overuren is vrij van (para)fiscale lasten, waardoor bruto gelijk is aan netto. Deze maatregel zou voor 2021 overigens doorgetrokken worden naar alle andere sectoren in uitvoering van het interprofessioneel akkoord.

Let wel: voor het tweede kwartaal gaat dit om een verlenging van de maatregel die ook al in het eerste kwartaal 2021 van toepassing was. Dat betekent dat de extra vrijwillige overuren (van het bijkomende contingent van 120 uur) die werden gepresteerd in het eerste kwartaal worden afgetrokken van de 120 extra vrijwillige overuren die in het tweede kwartaal 2021 kunnen worden gepresteerd. 

De betrokken medewerker moet wel zijn akkoord geven om vrijwillige overuren te presteren. Hij ondertekent een schriftelijke verklaring die zijn bereidwilligheid bevestigt. Zelfs met vrijwillige overuren kan er niet meer dan 11 uur/dag en 50 uur/week worden gepresteerd.

Ook organisaties uit de zorgsector met een flexibiliteitssysteem kunnen gebruikmaken van de vrijwillige goedkope overuren.

De sectorale flexibiliteit laat toe om – op basis van uurroosters opgenomen in het arbeidsreglement – méér uren per dag en per week te laten presteren. Dat met een maximum van 11 uur/dag en 50 uur/week. Voor prestaties overdag kan die grens van 50 uur/week worden overschreden, mits recuperatie binnen de vier weken. Die extra prestaties (= flexuren) worden dan gerecupereerd binnen een periode van dertien weken. Er wordt daarom een schema van uurroosters opgemaakt om in een periode van dertien weken aan de gemiddelde arbeidsduur te komen. Het toepasselijk uurrooster wordt minstens een week op voorhand bekendgemaakt aan de werknemers.

Als men toch bijkomend moet presteren, boven op de uren van het bekendgemaakt uurrooster, zijn dat overuren, voor zover er meer dan 9 uur/dag of meer dan 38-40 uur/week werden gepresteerd.

In dat geval kan dus een beroep worden gedaan op het systeem van vrijwillige overuren voor zover :

  • de werknemer een document heeft ondertekend dat hij bereid is vrijwillige overuren te presteren;
  • hiermee ook niet meer dan 11 uur/dag en 50 uur/week werd gepresteerd.

Is de werknemer niet bereid bijkomende uren te presteren (weigert hij zo’n document te ondertekenen), dan kan de werkgever de werknemer toch opleggen om in deze coronatijd overuren te presteren wegens ‘voorgekomen of dreigend ongeval’.

Ook de daggrens van 11 uur/dag en de weekgrens van 50 uur/dag kan in de zorgsector worden overschreden, maar deze uren zijn dan geen vrijwillige overuren, maar overuren wegens ‘voorgekomen of dreigend ongeval’.

Het kostenplaatje voor de organisatie is fundamenteel anders afhankelijk van om welk soort overuren het gaat:

Vrijwillige overuren corona

Overuren wegens voorgekomen of dreigend ongeval 

Max. 120 in het eerste, tweede en derde kwartaal 2021 samen.  

Onbeperkt

Max. 11 uur/dag en 50 uur/week 

Geen maximumgrenzen

Uit te betalen aan 100% - geen overloontoeslag

Uit te betalen aan 150% of 200 % (op zon- en feestdagen)

Geen inhaalrust 

Geen inhaalrust

Vrijgesteld van RSZ en BV 

RSZ en BV-onderworpen

Voorbeeld:

 

maandag

dinsdag 

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

Zondag

Bekendgemaakt uurrooster

10 uur

10 uur

10 uur

10 uur

0 uur 

0 uur

0 uur

Gepresteerde uren 

10 uur

10 uur

10 uur

10 uur

10 uur

10 uur

10 uur

Verloning:

  • De tien uren op maandag t.e.m. donderdag zijn gewoon gepresteerd in het uurrooster, waarvan een deel flexuren zijn:
    • Vb. 7,6 uur prestaties en 2,4 uur gepresteerde flexuren.
  • Op vrijdag kunnen dit tien vrijwillige overuren zijn (mits de werknemer het document ondertekend heeft): de 50-urengrens is nog niet overschreden:
    • Dus uit te betalen aan het gewone loon aan 100%, vrij van RSZ-bijdragen en belastingen (bruto = netto).
  • Op zaterdag en zondag zijn dit overuren wegens voorgekomen/dreigend ongeval (want boven de 50 uur/week):
    • De 10 uren op zaterdag worden uitbetaald aan 150% met RSZ en BV.
    • De 10 uren op zondag worden uitbetaald aan 200% met RSZ en BV.

Terbeschikkingstelling van personeel

De overheid versoepelt tijdelijk de bestaande strenge voorwaarden, waardoor een werkgever gemakkelijker zijn personeel ter beschikking kan stellen van een gebruiker die behoort tot de zorgsector. Ook dit is een maatregel die al een tijdje van kracht is.

Van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021 heeft de gebruiker het unaniem akkoord van zijn vakbondsafvaardiging – of dat van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in het paritair comité bij afwezigheid van of onenigheid in de vakbondsafvaardiging – niet nodig. Ook voor de werkgever-uitlener valt de voorafgaande toestemming van Toezicht op de Sociale Wetten weg.

De overige voorwaarden blijven wel van toepassing:

  • werkgever, werknemer én gebruiker sluiten vooraf een schriftelijke overeenkomst over de voorwaarden en de duur van terbeschikkingstelling;
  • de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en werknemer blijft bestaan, maar de gebruiker is samen met de werkgever aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen, lonen en vergoedingen aan de werknemer;
  • de verloning van de uitgeleende werknemer mag niet lager liggen dan die van de werknemers van de gebruiker met dezelfde functie;
  • de gebruiker staat in voor de toepassing van de regels inzake arbeidsreglementering en arbeidsbescherming die gelden op de plaats van het werk.

Zoals gebruikelijk kan de werkgever enkel vaste personeelsleden ter beschikking stellen. In het kader van deze versoepeling geldt de bijkomende voorwaarde dat de uitgeleende werknemer al vóór 1 oktober 2020 in dienst moet zijn van de werkgever-uitlener.

Daarnaast sloten de zorg-, welzijns- en socioculturele sectoren van het Vlaams Gewest, net zoals in het voorjaar 2020, een kaderakkoord over het onderling uitlenen van personeel, geldig tot 31 maart 2021. Meer informatie hierover is hier beschikbaar.

Opeenvolgende contracten van bepaalde duur voor tijdelijk werklozen

Opeenvolgende contracten voor bepaalde duur zijn slechts onder bepaalde voorwaarden toegelaten. Als deze voorwaarden niet vervuld zijn, worden ze als een contract voor onbepaalde duur aangemerkt.

Het is nu mogelijk om in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021 opeenvolgende contracten voor bepaalde duur af te sluiten met werknemers in tijdelijke werkloosheid, zonder dat de bekende voorwaarden vervuld moeten zijn.

De enige voorwaarden zijn dat elk contract voor bepaalde duur minstens zeven dagen beslaat en dat de tijdelijk werkloze de contracten aangaat bij een andere werkgever dan de werkgever bij wie hij tijdelijk werkloos is gesteld.

De tijdelijk werkloze kan de overeenkomst van bepaalde duur te allen tijde beëindigen zonder opzeg.

Tijdelijke tewerkstelling van werknemers in tijdskrediet of thematisch verlof

Heb je werknemers in tijdskrediet of thematisch verlof (zoals bv. ouderschapsverlof) en zijn zij bereid om een extra hand toe te steken, dan kunnen zij tussen 1 oktober 2020 en 30 september 2021 hun loopbaanonderbreking of -vermindering tijdelijk laten schorsen. De werknemer brengt de RVA daarvan schriftelijk op de hoogte. Zolang het tijdskrediet of het thematisch verlof geschorst is, ontvangt je werknemer geen RVA-uitkering. Na de tijdelijke schorsing wordt het tijdskrediet of thematisch verlof onder dezelfde voorwaarden hernomen voor de resterende duur. Een nieuwe aanvraag is niet nodig. Deze steunmaatregel beperkt zich sinds 1 april 2021 niet langer tot de tewerkstellingen in de zorg- of onderwijssector. Je kan er in alle ondernemingen gebruik van maken.

Daarnaast kan iedere andere werknemer die in tijdskrediet of thematisch verlof is, op vrijwillige basis in jouw organisatie aan de slag mét behoud van 75% van zijn uitkering. Er moet een schriftelijke arbeidsovereenkomst aangegaan worden met uiterste einddatum 30 september 2021. De werknemer brengt de RVA daarvan schriftelijk op de hoogte. Deze maatregel blijft wel beperkt tot de tewerkstellingen in de zorg- of onderwijssector.

Tijdelijke tewerkstelling van werknemers in SWT of tijdelijke werkloosheid

Ook iedere werknemer in tijdelijke werkloosheid of in een stelstel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (= SWT, vervangt het brugpensioenstelsel) kan tijdelijk aan de slag in de zorg- of onderwijssector, met behoud van 75% van zijn uitkering.

Voor een SWT’er kan dat ook om een werkhervatting bij zijn vroegere werkgever gaan. Heb jij dus werknemers die in het SWT-stelsel zitten en die bereid zijn om tijdelijk het werk te hervatten, dan kan dat zonder nadelige gevolgen voor de betrokken werknemers. Integendeel, naast de vergoeding voor de prestaties, wordt de aanvullende vergoeding SWT doorbetaald, zijn daar geen sociale bijdragen op verschuldigd en er geldt een fiscale vrijstelling. Ook deze maatregel geldt van 1 oktober tot en met 30 september 2021.

Vrijwilligerswerk

In de non-profitsector kan je ook een beroep doen op vrijwilligers.

De overheid verhoogde het plafond van de onkostenvergoedingen voor vrijwilligers gedurende het eerste, tweede en derde kwartaal van 2021 tot 2.660,90 euro per jaar. De vrijwilligers actief in vaccinatiecentra in de periode van 15 februari 2021 tot en met 31 december 2021 genieten eveneens van dit verhoogde plafond. Bovendien ligt er een wetsvoorstel op tafel om het plafond voor vrijwilligers in vaccinatiecentra te verhogen tot 3541 euro.

Daarnaast maakte de overheid het ook voor commerciële woonzorgcentra mogelijk om vrijwilligers in te schakelen en dit tot 30 september 2021.