My Liantis

Arbeidshygiëne 23 mei 2019

Overheid maakt werk van luchtkwaliteit in kantoren

Elke kantoorwerknemer heeft nood aan een ruim en goed geventileerd lokaal om geconcentreerd te kunnen werken. Dat staat ook zo in de welzijnswetgeving. Alleen is ‘voldoende verse lucht’ een wel erg vage omschrijving. Daarom gaf de overheid dit begrip onlangs in een nieuw KB een iets concretere invulling.

C02-concentratie op kantoor

Wanneer er te veel CO2 in de lucht zit, dreigt er een gebrek aan zuurstof. De grootste bron van CO2 is uitgeademde lucht. De concentratie kan dus vooral hoog oplopen wanneer te veel mensen samenzitten in een te klein lokaal.

De gevolgen van een te hoge CO2-concentratie laten zich makkelijk raden. De aandacht verslapt en de productiviteit daalt. Als werkgever heb je er dus alle belang bij om hier iets aan te doen.

De huidige wetgeving is op dat vlak duidelijk: de CO2-concentratie in de werklokalen moet altijd lager zijn dan 1.200 ppm (parts per million), en ‘bij voorkeur’ lager dan 800 ppm. De praktijk toont echter aan dat die eerste waarde nog relatief hoog en bijgevolg zeer eenvoudig te halen is. De tweede is dan weer – ‘bij voorkeur’ – te vrijblijvend geformuleerd.

Daarom legde de overheid in een KB nu een iets strengere maximumdrempel vast: een gemiddelde maximumconcentratie van 900 ppm tijdens minimum 95% van de werktijd.

Minimum ventilatiedebiet

In plaats van de CO2-concentratie in de gaten te houden, mag je je volgens het KB ook richten op een minimum ventilatiedebiet van 40 m³ per uur per aanwezige persoon. Ook deze drempel moet je tijdens 95% van de werktijd kunnen respecteren. In deze alternatieve benadering bepaalt dus de omvang van een werklokaal in combinatie met je ventilatiesysteem hoeveel mensen in één ruimte kunnen werken.

Emissiearme omgeving

Opvallend is dat het nieuwe KB minder strenge waardes hanteert voor organisaties die bewust werk maken van een emissiearme omgeving. Voor deze organisaties ligt de drempel op 1.200 ppm CO2-concentratie of 25 m³ luchtverversing per uur per aanwezige persoon.

Wil je zelf inzetten op een emissiearme omgeving, dan moet je eerst alle verontreinigingsbronnen in kaart brengen. Denk daarbij aan fotokopiemachines, printers, meubilair, aircofilters of ventilatiesystemen … Op basis hiervan moet je dan concrete maatregelen uitwerken waarmee je de impact van deze bronnen wil beperken.

Relatieve luchtvochtigheid

Als er een in werklokalen een airco-installatie met luchtbevochtiging aanwezig is, dan moet je die zodanig instellen dat de gemiddelde relatieve luchtvochtigheid tijdens een werkdag tussen de 40% en 60% schommelt. Kan je aantonen dat de lucht geen schadelijke chemische of biologische agentia bevat, dan mag die relatieve luchtvochtigheid variëren tussen 35% en 70%.

Metingen niet noodzakelijk

Metingen zijn niet verplicht. Het volstaat om je te documenteren (berekeningen, technische brochure van het ventilatiesysteem …) en regelmatig bij je werknemers na te gaan hoe zij hun werkomgeving ervaren. Enkel bij twijfel of discussie is het aan te raden om metingen uit te voeren.

Vanaf wanneer?

De deadline voor deze wijzigingen ligt op 1 januari 2020. Wie op dat ogenblik niet voldoet aan de nieuwe regelgeving, zal een actieplan moeten opstellen.